Dialoog tussen piano en oeroude kleipot

RECENSIE, Ton Maas op 04 april '06, 00:00, bijgewerkt 15 januari '09, 17:30

Muziek

Last minute wijzigingen in de bezetting van een ensemble pakken vaak nadelig uit, zeker bij een gelegenheidsproject. Zo niet bij deze productie van de Music: World Series. De jonge Iraanse kemancheh-speler en zanger Zhubin Kalhor, die de Irakees Karim Othman-Hassan wegens een blessure verving, is een rijzende ster van de Iraanse soefimuziek. Bovendien is hij niet benepen als het om interculturele dialoog gaat. Hij speelde al veelvuldig met Turkse muzikanten en beheerst ook het idioom van de Karnatische (Zuid-Indiase) muziek, zoals zaterdag bleek op het SJU jazzpodium in Utrecht.

Deze productie mag dan zijn naam danken aan de Israëlische percussionist Omri Hason, in muzikaal opzicht draait het project om twee Indiase muzikanten: zangeres Sandhya Sanjana en slagwerker Ramesh Shotham. Vooral Sanjana's klassieke melismatiek (meerdere tonen per lettergreep) bepaalt het klankbeeld van de groep. Maar ook deze in Nederland levende muzikante beperkt zich bepaald niet tot haar stiel. Zo bracht ze de jazzklassieker Naima een stuk dichter bij de Oosterse inspiratiebronnen van componist Coltrane dan we meestal te horen krijgen en vlocht ze er bovendien subtiele latin doorheen. Meteen daarna bood Zed and the Mouse, een stuk van Hason, haar volop gelegenheid flink uit te pakken in de geest van Greetje Bijma.

Dat Ramesh Shotham als percussionist overtuigender is dan als drummer (een rol die hij soms vervult in zijn eigen groep Madras Special), bewees hij in een jachtig duel met Hason. Bovendien introduceerde Shotham een nieuw instrument, dat kort geleden is ontwikkeld uit de traditionele Indiase ghatam (kleipot). Een grote extra opening waarover een trommelvel is gespannen, maakt het klankpalet van de oeroude ghatam opeens veel breder en gevarieerder.

De kracht van deze groep schuilt in de onverwachte klankcombinaties, zoals die van Sanjana's stem met het zangerige kemanchehspel van Kalhor. Goed gevonden is ook de inzet van de Fender Rhodes, die met zijn omfloerste en zwevende geluid aansluit bij de Oosterse muziek - mede dankzij het suggestieve spel van Maarten Meddens.

Af en toe begaf de groep zich op glad ijs, bijvoorbeeld door de konakol - van oorsprong een instructietaal voor Karnatische slagwerkers - als showelement op te voeren. Maar door dat perfect vierstemmig te doen, wisten Hason en de zijnen boven het niveau van een gimmick uit te stijgen.

Ton Maas

Stuur dit artikel door
Plaats artikel op MSN Reporter
Plaats artikel op Linkedin
Plaats artikel op Facebook
Plaats artikel op NuJIJ
Plaats artikel op Hyves
Bewaar op Delicious
Plaats artikel op Twitter
E-mail
Printversie
Tags:
POPULAIR