Het zou natuurlijk geweldig zijn geweest als de groene mannetjes present waren geweest. Op de picknick die vrijdag in Berkeley (VS) werd gehouden om de tiende verjaardag te vieren van SETI@home liet intelligent buitenaards leven zich evenwel niet zien. Net zo min als in de radiosignalen die het afgelopen decennium tijdens deze digitale zoektocht zijn bestudeerd.
SETI@home was in mei 1999 het eerste project waarbij iedereen zijn computer in de stille uurtjes kon laten meedraaien in een netwerk voor academisch rekenwerk – een staaltje van geautomatiseerd burgerwetenschappelijk research.
Bij dit soort projecten komen stukjes software – in de vorm van een screensaver – in actie zodra de gebruiker een poosje zijn pc niet beroert. De schermbeschermer plukt via internet gegevens uit een immense berg met data, speurt naar ongewone patronen en stuurt het resultaat terug naar een centrale computer.
In het geval van SETI@home gaat het om afwijkingen in signalen die zijn opgepikt met Arecibo-radiotelescoop in Puerto Rico. Dit observatorium vangt al decennia ruimteruis op. Astronomen zagen al snel in dat het hun zelfs met een supercomputer honderden jaren zou vergen om al het materiaal door te spitten. Door het rekenwerk uit te smeren over miljoenen huis-, tuin- en keukencomputers en spelcomputers kan die klus worden versneld. De opkomst van internet loste het probleem van de distributie op.
Gemiddeld 5,2 miljoen gebruikers doen aan SETI@home mee en Rob Neff uit Boise (Idaho) geldt als een van de grootste aanhangers. ‘Mijn stroomrekening bedraagt tussen de 250 en 350 dollar per maand’, meldt Neff opgewekt per e-mail. Een deel van die kosten komt op het conto van de 35 computers die de Amerikaanse systeembeheerder thuis inzet voor de jacht op buitenaards leven.
‘In de winter warmen de pc’s het huis op. Dat drukt de kosten’,zegt Neff, ‘in de zomer ben ik wat meer kwijt omdat ze dan moeten worden gekoeld.’ Hij beschikt over een garage vol met pc’s die niets anders doen dan ‘luisteren’ naar de kosmische ruis uit Puerto Rico.
Als gebruiker Tw34k3d heeft Neff al 649.624 uur rekenkracht aan SETI@home geleverd – een prestatie die hem bovenaan de ranglijst van het project heeft gebracht. Het is een uit de hand gelopen hobby, maar Neff denkt dat zijn inspanningen wel degelijk nuttig zijn. ‘Mijn pc’s verrichten echt wetenschappelijk werk, niet alleen omdat ze speuren naar signalen uit de ruimte, maar ook omdat ze helpen de software te verbeteren.’
De schermbeschermer die Neff test wordt al lang niet meer alleen voor de jacht op groene mannetjes ingezet. Het Berkeley Open Infrastructure for Network Computing (BOINC) rekent modellen na voor de strijd tegen malaria, zoekt naar zwaartekrachtgolven in het heelal (voorspeld door Einstein) en bestudeert het ABC-vermoeden, een wiskundige breinbreker.
Het BOINC-netwerk heeft allerlei vertakkingen gekregen. De grootste daarvan is het World Community Grid, opgezet door IBM. Het netwerk van de Amerikaanse automatiseerder hielp de wetenschap de afgelopen vijf jaar klimaatmodellen opstellen voor Afrika en het pokkenvirus verder ontleden.
Technisch is het World Community Grid op dezelfde leest geschoeid als BOINC, ‘maar we kiezen voor doelen die beter bij ons passen’, zegt Warner Dijkhuizen van IBM Nederland. De queeste naar buitenaardse radioboodschappen vindt IBM ‘maatschappelijk gezien niet zo relevant’.
De Amerikanen kiezen vooral voor medische studies. Gemiddeld draaien zo’n 1,2 miljoen computers van bijna 450 duizend deelnemers in het grid mee. In Nederland hebben zich circa 3.800 deelnemers aangemeld, onder wie een deel van de 4.500 werknemers van IBM. Bedrijven kunnen als geheel meedoen, legt Dijkhuizen uit, maar ‘onze werknemers doen op eigen titel en vrijwillig mee’.
Het netwerk levert een rekenvermogen waarmee het een plek verdient in de topvijf van supercomputers. Het vrijwilligersproject bijt de commerciële belangen niet, zegt Dijkhuizen. ‘Niet alles valt met distributed computing te onderzoeken.’ Programmatuur die in de academische wereld wordt gebruikt voor simulatiemodellen is vaak te oud. ‘Dan kost het te veel tijd om de software te bewerken voor gebruik in het World Community Grid.’
Nobelprijswinnende doorbraken hebben de projecten nog niet opgeleverd, laat staan een boodschap van een verre planeet. Voor SETI@home begint de tijd wel te dringen. De National Science Foundation in de VS wil in 2011 de subsidie voor het Arecibo-observatorium staken. Dat is te vroeg om de voorspelling van SETI’s hoofdastronoom Seth Shostak uit te laten komen: die verwacht tussen 2020 en 2025 het eerste teken van buitenaards leven op te vangen.
Rob Neff zou het jammer vinden als Arecibo en SETI sluiten, al heeft hij nog geen idee hoe intelligent buitenaards leven er zou moeten uitzien. ‘Ik hoop alleen dat het geen vleeseters zijn die op zoek zijn naar nieuw vee.’