Nu de overheid eindelijk vaart begint te zetten achter het verlenen van vergunningen aan nieuwe windparken op de Noordzee – vorige week werd er eentje verstrekt aan het Ierse bedrijf Airtricity – beginnen steeds meer partijen zich met de kwestie te bemoeien. Is het wel genoeg, die 6.000 megawatt die in 2020 op het Nederlandse deel van de Noordzee moet staan? Moeten we niet groter denken?
Groot denken, daar hebben ze bij het architectenbureau OMA een handje van. Het bureau van Rem Koolhaas, onder meer bekend van het nieuwe Chinese televisiegebouw, heeft op verzoek van de Stichting Natuur en Milieu de héle Noordzee in ogenschouw genomen, en daar een ring van windmolenparken in getekend. Daarmee zouden de Noordzeelanden voor hun energiebehoefte ‘redelijk’ onafhankelijk moeten worden van de oliestaten en Rusland. ‘We wilden wat verder denken dan alleen de Nederlandse grenzen van de zee’, zegt projectleider Art Zaaijer (50).
Waarom?
‘Nu maakt elk land afzonderlijk plannen voor windparken in de Noordzee. Er is nauwelijks afstemming. Je zou internationaal en grootschalig willen samenwerken, om de boel letterlijk kort te sluiten. Eén supergrid van leidingen is veel efficiënter dan dat elk land zijn eigen kabels naar die parken legt. En het móét groot. Die 6.000 megawatt is voldoende voor Nederlandse huishoudens, maar als je de hele energiebehoefte wil dekken moet je veertig keer zoveel energie genereren. Want we willen ook de auto’s op elektriciteit laten rijden.’
Was dat ook de opdracht van Natuur en Milieu?
‘Nee, het is onze interpretatie. We vinden de huidige plannen nog lang niet ver genoeg gaan. Maar we hebben ook een verder gelegen tijdshorizon genomen: we mikken op 2050.’
Waarmee zo’n ontwerp ook een stuk vrijblijvender wordt.
‘Maar als je nadenkt over klimaat en energie móet je jezelf de vrijheid geven om ruim te denken. Een doelstelling van zoveel megawatt in 2020 is in feite vrijblijvender: het is niet erg als die doelstelling niet wordt gehaald, want dan is er nog genoeg energie. In 2050 moet je echt een alternatief voor fossiele brandstoffen hebben.’
Hebben jullie rekening gehouden met visserij en scheepvaart?
‘Ja, juist omdat we de hele Noordzee bekijken, kunnen we die molens verder weg neerzetten dan Rijkswaterstaat nu doet. Verder op zee is ruimte genoeg. En de visserij kan ook van ons plan profiteren. Wij plaatsen de windmolens zo, dat ze een soort hek rond de bestaande grote ecologische zones vormen. Door de bodem tussen de molens te bewerken, met matten of stenen, wordt rifvorming gestimuleerd die een verrijking van het zeeleven is. Zo wordt de visstand beschermd.’
Klinkt futuristisch. Dan zal er ook wel een groot kunstmatig eiland gepland zijn, of een stuwmeer op zee om de windenergie in op te slaan?
‘Nee, we wilden juist geen megalomane dingen. Dat vraagt om investeringen van miljarden extra. Dat technische geweld is ook heel interessant, maar onze benadering is sober. De windmolen is een bouwsteen voor de infrastructuur – niet meer en niet minder.
‘Kunstmatige eilanden passen niet in onze visie. De zee wil geen kunstmatige eilanden. Je zult ze tot in de eeuwigheid moeten beschermen, herstellen, in stand moet houden. De zee heeft de neiging te slopen wat haar vreemd is.’
U spreekt uit ervaring?
‘Ik heb meermalen op de Noordzee gezeild, op een houten scheepje van vrienden. Dan ervaar je de krachten van de zee. We hebben een keer hozend de haven bereikt. Het water stond tot aan de rand van de tafel in de kajuit.’
Dus behalve die molens bent u niets van plan met de zee?
‘Dat wel. De Noordzee is onze enige wildernis, maar wel eentje die benut kan worden. Tot dusver deden we dat met scheepvaart, visserij en olie- en gaswinning. Maar in de toekomst kunnen we de zee op andere manieren gebruiken. Energie is een belangrijke mogelijkheid.
‘We hebben bijvoorbeeld bedacht dat we de bestaande olieplatforms kunnen gebruiken als waterstoftankstations voor de zeescheepvaart. Dat waterstof maken we met de energie van de windmolens. Zeeschepen zijn grote vervuilers, die zijn we dan kwijt. Ook stellen we voor om windenergie als samengeperste lucht op te slaan in oude gasvelden. Verder voorzien we ook toeristische voorzieningen in de Noordzee. Wie bouwt het eerste hotel op een afgedankt platform?’
Rijkswaterstaat heeft een maand geleden gebieden aangewezen voor windmolenparken van de toekomst. Dat komt niet overeen met jullie plannen.
‘Nee, maar nogmaals, wij kijken echt verder, in ruimte en in tijd. Rijkswaterstaat denkt nog heel traditioneel, heel praktisch, aan plekken dicht bij de kust. Maar daar is de ruimte op een gegeven moment op.’
Wat vindt Rijkswaterstaat van jullie plannen?
‘Er waren ambtenaren op de presentatie van onze plannen vorige week, en die waren enthousiast. We hebben afspraken gemaakt om een keertje rond de tafel te gaan zitten.’