‘Je lichaam schreeuwt: ga naar boven! Je ademcentrum waarschuwt: ik trek het niet meer. Maar zelf zeg je: ik blijf beneden. Want je kent je lichaam goed – dat is erop getraind ook zonder zuurstof te blijven functioneren.’
De totale stilte onder water is wat freediver Pim Vermeulen drijft. Het is verslavend, het gevecht tegen jezelf, zegt hij. ‘In de diepte ben je helemaal alleen. Je lichaam gaat in een andere stand functioneren. Je verlegt een grens, fysiek en mentaal. Je wordt één met het water. Je voelt elke zenuw in je vingertoppen, je voelt het bloed door je aderen stromen. Het is vergelijkbaar met een meditatief moment. Als je boven bent, wil je maar één ding: zo snel mogelijk dat moment weer terughalen.’
Vermeulen (41) heeft zich toegelegd op het freediven; het zo lang, zo ver en zo diep mogelijk onder water duiken zonder flessen met perslucht. Hij is beroepsavonturier. Hij verdient zijn geld door het lot te tarten, of zelfs zijn leven te wagen. April vorig jaar nog verloor hij een vriend, de 35-jarige Fransman Loïc Leferme, die aan het trainen was voor de verbetering van het wereldrecord (diepste freedive: 214 meter, langstdurende freedive: 10 minuten en 12 seconden onder water).
De groep beroepsavonturiers is niet groot; in Nederland zijn er slechts vijf à tien. Ze leven van extreme uitdagingen. Ze krijgen geld door sponsoring, geven lezingen over hun avonturen en hebben een dagtaak aan diëten en het trainen van hun spieren onder extreme omstandigheden.
Ze nemen grote risico’s en weten dat het soms mis kan gaan. Zoals bij Wilco van Rooijen (40), die vorige week ternauwernood een vriesdood op de K2 overleefde. Tijdens dezelfde klim kwamen elf anderen om.
Bergbeklimster en poolreizigster Bernice Notenboom (46) zag vorige maand op de Denali, de hoogste berg van Amerika, twee klimmers voor haar ogen aan hoogteziekte overlijden. ‘Ik had het zelf op de Ama Dablan in Nepal, ik moest braken van de hoofdpijn. Geen kleine hoofdpijn, maar een pijn achter je ogen die mee klopt op het ritme van je hart. Dat is de waarschuwing voor hersenoedeem. Dan weet je: ik moet zo snel mogelijk naar beneden anders overleef ik het niet.’
Waarom zoeken beroepsavonturiers voortdurend hun grenzen op, en gaan ze er soms overheen? ‘Omdat niemand ooit zegt: ‘Wauw, had ik maar een dag langer op kantoor gezeten’, zegt Notenboom. ‘Het gaat in je leven toch om de bijzondere momenten, en daar heb ik me helemaal op toegelegd.’
Verslaving is de drijfveer. ‘Extreme situaties zijn superelementair’, zegt Bernice vanuit haar huis en trainingskamp in de Rocky Mountains in Canada. ‘Je bent alleen bezig met overleven. Je bent in contact met je lichaam zoals de meeste mensen dat allang zijn verleerd. Zijn mijn wangen niet bevroren? Heb ik genoeg zuurstof in mijn bloed? In extreme omstandigheden vallen alle randverschijnselen weg: je hypotheek, je creditcardbetalingen, de verjaardag van weet-ik-wie.’
Notenboom zegde 14 jaar geleden haar baan bij Microsoft op maakte van extreme expedities haar beroep. Ze wordt gesponsord, ze verkoopt foto’s en video-opnames, schrijft boeken en geeft lezingen over klimaatverandering voor vijf- à tienduizend dollar per gelegenheid. De wedstrijden van freediver Pim Vermeulen worden dit jaar voor het eerst gesponsord. Hij begon in 2002 een duikwinkel en een duikschool waar hij freedive-cursussen geeft. Hij is ook te boeken voor introducties of privélessen.
De concurrentiestrijd om sponsors is moordend – een van de redenen dat het beroep van avonturier een zeldzaamheid blijft. De meeste beroepsavonturiers zitten in het lezingencircuit, want leven van sponsoring is een marginaal bestaan, zegt Michel Schuurman (34) van Incipit Expeditie Management, een bedrijf dat extreme expedities logistiek ondersteunt en bemiddelt tussen sporters en sponsors. ‘Je hebt sponsors die materiaal ter beschikking stellen, en bedrijven die een financiële injectie geven. Maar het gaat zelden om heel grote bedragen.’
Bedrijven verbinden zich graag aan extreme sporten omdat de waarden ervan één op één kopieerbaar zijn naar het bedrijfsleven. ‘Teamwork, leiderschap, uithoudingsvermogen en prestatiedrang zijn van het meest cruciale belang’, aldus Schuurmans. ‘Extreme sporters zijn bezig hun grenzen te verleggen, het maximale uit zichzelf te halen. Bedrijven ook, dat heeft alles te maken met ambitie.’
[Zie verder pagina I07]
‘Ik wilde winnen, dus mijn geest stampte voort’
‘Ik wilde winnen, dus mijn geest stampte voort’
[vervolg van pagina I04]
‘Ik wilde winnen, dus mijn geest stampte voort’
Zo verbindt de textielsuper Zeeman zijn naam aan de oceaanroeier Ralph Tuijn, die afgelopen woensdag terugkeerde nadat hij in zijn eentje de Stille Oceaan op het breedste punt overroeide. ‘Roeien is basic’, zegt Schuurmans. ‘Het gaat om eenvoud en kracht. Het is no-nonsense: dáár ga ik naartoe. En zo zit Zeeman ook in elkaar.’
‘Ik wilde winnen, dus mijn geest stampte voort’
Toch is het opzoeken van je grenzen soms ‘een stommiteit’, zegt oud-zwemkampioen Wilco van den Akker (35), een voormalig instructeur bij het Korps Commando’s, die te voet door talloze ijsvlakten, jungles en woestijnen is getrokken. ‘Ik wil niet meer hoger, sneller, verder, harder, kouder. Die grens heb ik altijd wel opgezocht, maar als je hem overschrijdt, is het echt niet leuk meer.’
‘Ik wilde winnen, dus mijn geest stampte voort’
De ommezwaai kwam twee jaar geleden toen hij Alaska te voet doorkruiste, tijdens de Iditarod Trail, een officieuze wedstrijd zonder supportgroep of reddingsorganisatie. Via de satelliettelefoon had hij al gehoord dat er van de vijftig deelnemers nog maar twee over waren: Van den Akker en een Italiaan, die ongeveer een dag achter hem lag.
‘Ik wilde winnen, dus mijn geest stampte voort’
‘Mijn lichaam kon niet meer, maar ik wilde winnen, dus mijn geest stampte voort. ’s Nachts, bij 50 graden vorst, raakte ik onderkoeld. Ik ben niet gelovig en weet nog steeds niet hoe het precies gebeurde, maar ik trad buiten mezelf. Ik zag mezelf zitten op mijn slee en begon mezelf vanaf een afstand op te peppen. Maar dat lukte niet, ik kón niet meer. Ik raakte bijna buiten westen en begon afscheid van mezelf te nemen. ’s Morgens kwam de zon op die mijn lichaam verwarmde, dat is mijn redding geweest. Langzaam werden mijn lichaam en geest weer een eenheid.’
‘Ik wilde winnen, dus mijn geest stampte voort’
De oud-commando barstte in tranen uit: als die zon niet was gaan schijnen, zegt hij, was hij daar gestorven. Dan had hij zijn gezin achtergelaten. ‘Voor wat? Voor zo’n gekke race?’
‘Ik wilde winnen, dus mijn geest stampte voort’
Sindsdien geeft hij lezingen, trainingen en coaching in het bedrijfsleven, waarbij hij de nadruk legt op individuele situaties en groepsprocessen: de ene mens geeft op en de ander niet, hoe komt dat? ‘Ik gebruik mijn ervaringen om anderen te leren hoe ze mentaal hun grenzen kunnen verleggen, maar ik zeg ook dat niet alle risico’s zinvol zijn.’
‘Ik wilde winnen, dus mijn geest stampte voort’
Van den Akker avonturiert nog steeds, maar gaat daarbij nu doelgericht op zoek naar volkeren die leven op plekken die beroepsavonturiers als een uitdaging beschouwen. ‘Ik ontmoette in de Sahara eens een man met een geslachte geit op zijn nek die dienst deed als waterzak’, zegt hij. ‘Die man liep dagenlang van zijn tent naar een waterpost om water voor zijn gezin te halen.’
‘Ik wilde winnen, dus mijn geest stampte voort’
Dat schudde hem nog eens wakker. ‘Want laten we wel wezen; het is mooi dat ik een voettocht door de woestijn volhoud, maar ik weet: die man zeult heel zijn leven met die geit. Ik ben over een week weer thuis en dan trek ik een colaatje uit de koelkast. Avonturiers zoals ik zijn natuurlijk toch gewoon een stel westerse verwende mensen.’
‘Ik wilde winnen, dus mijn geest stampte voort’
Wil Thijssen