Jazz is versnelde vrijheid

RECENSIE, Bert Vuijsje op 24 juni '05, 00:00, bijgewerkt 21 januari '09, 02:05

In 1981, een jaar na Jean-Paul Sartres dood en vijf jaar voor ze zelf zou sterven, publiceerde Simone de Beauvoir La Cérémonie des adieux, het afscheid van haar grote liefde.

Ze gaf er ook de gesprekken in weer, die ze in de zomer van 1974 met de bijna blinde Sartre had gevoerd. Daarbij dook één onderwerp kort maar veelzeggend op.

Zij: 'En dan was er nog de jazz. Stel je voor, dat hebben we helemaal niet genoemd toen we over je liefde voor de muziek spraken. Jazz heeft veel voor je betekend .'

Hij: 'Ja, veel.'

Vanaf zijn romandebuut La nausée (1938) had Sartre inderdaad bewezen oor voor jazz te hebben. Voor zijn held Antoine Roquentin symboliseert de jazz de ontsnapping uit het wurgende kleinburgerlijke milieu waarin hij opgroeit. Tegelijk strekt de spontaniteit van de jazz de schrijver tot voorbeeld bij het ontwikkelen van zijn literaire stijl. Een kenner van de jazz was Sartre toen nog niet. Sophie Tuckers oude hit Some Of These Days loopt als een rode draad door het verhaal, maar de hoofdpersoon is slachtoffer van het misverstand dat deze zangeres van Russisch-joodse afkomst een negerin zou zijn.

Na de Tweede Wereldoorlog reist Sartre voor het eerst naar Amerika, en daar leert hij de jazz beter kennen. In zijn artikel Nick's Bar, New York City staat de beroemde zin: 'Le jazz, c'est comme les bananes, ça se consomme sur place' (Jazz is zoals bananen, je moet het ter plaatse verteren). Maar Sartre legt ook het verschil uit tussen Europese en Amerikaanse jazz. 'In Frankrijk zijn de jazzmensen knap uitziende mannen met gladde gezichten, wijde overhemden en shawls. Als het luisteren je verveelt, kun je altijd naar ze kijken, voor een les in stijl. . . De jazz in Nick's Bar is anders. Het nagelt je vast, je kunt aan niets anders denken.'

Tegen het eind van zijn leven had Jean-Paul Sartre ook de boodschap van Charlie Parker geabsorbeerd: 'Dat is echte jazz! Als Charlie Parker speelde, was het niet iemand anders, met muziek die al eerder was gespeeld, die al vaststond: nee, het was Charlie Parker zelf. Je wist dat hij een individu was, dat hij zijn vertolking op dat moment schiep; maar ook dat het concert van die dag eenmalig was vergeleken met andere concerten waar hij hetzelfde stuk speelde .'

Voor Simone de Beauvoir vormde de jazz een andersoortige bron van inspiratie. Jazz opende voor haar het uitzicht op de Amerikaanse cultuur, het vertegenwoordigde een nieuw soort vitaliserende energie. Jazz gaf haar tevens inzicht in het racisme van blank Amerika, en dat beïnvloedde de ontwikkeling van haar feministische ideeën. In de inleiding tot Le deuxième sexe (1949) schreef ze niet voor niets over de 'diepgaande analogie' tussen de onderdrukking van zwarten en die van vrouwen (een gedachte die John Lennon 23 jaar later zou comprimeren tot Woman is the Nigger of the World).

Sartre en De Beauvoir zijn twee van de voorbeelden die de Australische hoogleraar Franse taal en letterkunde Colin Nettelbeck beschrijft in Dancing With DeBeauvoir: Jazz And The French. Het is een breed opgezette studie naar de interactie tussen jazz en de Franse cultuur en samenleving, van het eerste concert op Franse bodem door James Reese Europe en zijn zwarte Amerikaanse legerband na het eind van de Eerste Wereldoorlog, tot de dag van vandaag nu elk Frans toeristenplaatsje zijn eigen zomerjazzfestival organiseert. Het leidmotief is de vitaliteit die de zwarte Amerikaanse jazz aan de Europese cultuur toevoegt. Françoise Sagan laat in de roman Un certain sourire (1956) de heldin Dominique met een van haar geliefden in de Parijse jazzclub Kentucky de dansvloer opgaan.

'In tegenstelling tot mijn verwachting dansten we erg goed, we waren ontspannen. Ik hield meer van deze muziek dan van wat ook, de energie die het me gaf, het genot door mijn hele lichaam. . . ”De muziek”, fluisterde ik tegen Bertrand. ”Jazzmuziek is versnelde vrijheid”.'

In haar memoires Avec mon meilleur souvenir (1984) werkte Sagan dat idee verder uit. 'De voorliefde voor snelheid heeft niets te maken met sport', schreef ze. 'Snelheid is verbonden met levensvreugde en, als consequentie daarvan, ook met de vage doodswens die de zogeheten levensvreugde altijd vergezelt. Uiteindelijk is dat het enige waarin ik geloof: snelheid is noch een teken, noch een bewijs, noch een provocatie, noch een uitdaging - het is een uitbarsting van geluk .'

Behalve aan de jazzinvloeden op de Franse literatuur en filosofie besteedt Nettelbeck natuurlijk ook ruime aandacht aan de jazz in de Franse cinema. 'In één woord: emotie' luidt de titel van dit hoofdstuk. De Nouvelle Vague uit de jaren zestig was niet denkbaar zonder Amerikaanse jazz op de soundtrack. Louis Malles debuut Ascenseur pour l ' é ch a fa u d (1957) is vanzelfsprekend hét voorbeeld, dankzij de muziek van Miles Davis. De trompettist had Malle leren kennen via zijn toenmalige geliefde, de chansonnière Juliette Gréco. Het nog altijd fascinerende resultaat van de Frans-Amerikaanse samenwerking typeert Nettelbeck als 'bijna een jamsessie-duet tussen jazz en film'.

Ook in andere Louis Malle-films, zoals het autobiografische Le souffle au coeur (1971) en Lacombe Lucien (1974 ), speelt de jazz een essentiële rol. Hetzelfde geldt voor Marcel Carnés Les trich e u r s (1958), Roger Vadims Les liaisons dangereuses (1960) en tientallen andere Franse films sinds de jaren veertig .

Jean-Luc Godard maakte in zijn films minder uitbundig gebruik van jazz, al liet hij de Frans-Algerijnse bandleider en pianist Martial Solal de muziek voor zijn debuut À bout de souffle (19 6 0 ) componeren. Verder komen alleen in Pierrot le fou (1965) en Je vous salue, Ma r i e (1985) korte scènes met jazzmuziek voor.

Toch ziet Nettelbeck een duidelijke link tussen Godard en de jazz. 'Er zijn overlappingen: het belang van improvisatie, het gebruik van contrasterende ritmes, en bovenal de benadering van de cinema als een instrument voor persoonlijke expressie, in het bijzonder de expressie van woede, rebellie en verzet tegen de verzakelijking en commercialisering van het leven.' Godard en de grote jazzmusici delen volgens hem 'de notie van kunst als een levenslang proces van zelfontwikkeling en exploratie'.

Aan het eind van zijn betoog uit Colin Nettelbeck zijn teleurstelling over het feit dat de relatie tussen Frankrijk en de VS de laatste jaren zodanig is gepolitiseerd en bekoeld, dat de interactie van Amerikaanse jazz en Franse cultuur grotendeels tot het verleden lijkt te behoren.

Hij had eraan toe kunnen voegen dat de jazz van de 21ste eeuw ook niet meer de exotische, revolutionaire vitaliteit van weleer belichaamt. Want zoals Nettelbeck wél schrijft: 'Het verhaal van de jazz in Frankrijk is het verhaal van hoe een outsider een insider werd.'

Stuur dit artikel door
Plaats artikel op MSN Reporter
Plaats artikel op Linkedin
Plaats artikel op Facebook
Plaats artikel op NuJIJ
Plaats artikel op Hyves
Bewaar op Delicious
Plaats artikel op Twitter
E-mail
Printversie
POPULAIR