Wie vrouw is, staat op achterstand

Vrouwen verdienen minder dan mannen, simpelweg omdat ze vrouw zijn. Dat is een van de uitkomsten van het Nationaal Salaris Onderzoek dat carrièreplatform Intermediair en Nyenrode Business Universiteit hebben gehouden onder bijna 80 duizend werknemers. Vijf conclusies op een rij.

Toch is de tevreden werknemer op zoek naar een andere baan
In crisistijd geldt: blijf zitten waar je zit. Toch kijken werknemers over de schutting en is twee op de drie actief op zoek naar een andere werkgever. En die zoektocht begint misschien ook vanuit onverwachte hoek: de gelukkigere werknemers in dienst van de overheid, het onderwijs en de zorg zijn actiever op zoek naar een andere baan dan werknemers uit het bedrijfsleven. En vrouwen zoeken meer dan mannen.

'De bevlogen onderwijzer en de toegewijde thuiszorgmedewerkster komen in beweging omdat door de bezuinigingen hun baan gevaar loopt', zegt de Utrechtse hoogleraar arbeidseconomie Joop Schippers. 'Maar ook gaat het om sectoren waar de carrièremogelijkheden beperkter zijn dan in het bedrijfsleven. Niet iedere onderwijzer die iets anders wil, kan afdelingshoofd of directeur worden. Wie toe is aan iets anders moet wel naar een andere school of andere instelling overstappen.'

Een salarisverschil van 8 procent, alleen omdat je vrouw bent
We weten het al jaren en het wordt weer bevestigd: vrouwen hebben hun achterstand op de arbeidsmarkt nog niet ingelopen. Ze beginnen later met werken en stoppen er eerder mee. Ze kiezen voor traditionelere beroepen en bij voorkeur in zachte sectoren als overheid en zorg. Maar zelfs als al die verschillen buiten beschouwing worden gelaten, verdienen vrouwen per jaar bijna 2.700 euro minder dan jan modaal. 'Een verschil van 8 procent alleen omdat je vrouw bent. Dat is schokkend', zegt onderzoeker Jaap van Muijen, hoogleraar psychologie aan Nyenrode Universiteit.

Dat verschil van 8 procent valt bijvoorbeeld te verklaren doordat vrouwen minder salaris eisen dan mannen, denkt Van Muijen. 'En ze spelen het spel om opslag en extra periodieken minder goed dan mannen. Ik ga er tenminste van uit dat het geen doelbewust hr-beleid is.'

Vrouwen denken dat een loonsverhoging vanzelf komt, 'als opvalt dat ze hun werk goed doen', beaamt ook de Utrechtse hoogleraar economie Janneke Plantenga. 'Een extra periodiek of een bonus, mannen hebben daar recht op, zij zijn assertieve onderhandelaars. Vrouwen zien zo'n extra beloning als cadeautje.'

De inkomensverschillen worden verder alleen maar groter door de andere keuzes die vrouwen maken: ze werken minder, zowel in het aantal uren per week als in de jaren dat ze beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt. Ze nemen ook vaker ouderschapsverlof op. Alleen in de groep 19- tot 27-jarigen zijn werkende vrouwen in de meerderheid. Verder is het aandeel werkende mannen in alle leeftijdscategorieën groter. Boven de 55 jaar loopt het aandeel werkende vrouwen zelfs rap terug. Van iets meer dan 30 procent tot minder dan 20 procent bij de 61-plussers.

Daarnaast kiezen vrouwen, mannen trouwens ook, vrij traditioneel hun werkgever. Bij de overheid en non-profitorganisaties is bijna 60 procent van de werknemers vrouw. In de productie en industrie is bijna 80 procent man. Vrouwen werken vooral in administratieve en secretariële banen, in personeelswerk en in zorg en welzijn. Typische mannensectoren blijven de landbouw, industrie, bouw, transport, ict en politie en beveiliging. Vertaald in salaris: een administratief medewerkster verdient bijna 30 duizend euro tegen ruim 39 duizend euro voor wie in de techniek en industrie werkt.

'Zelfs als een vrouw CEO is, doet ze vaak het personeelsbeleid en niet de financiën. Steeds meer vrouwen zijn medisch specialist. Maar dan zijn ze geen cardioloog, maar kinderarts', zegt Plantenga.

In het onderwijs lopen vrouwen hun achterstand wel in, vooral in het hoger en wetenschappelijk onderwijs.

Gelukkig in het werk, maar salaris kan 'rechtvaardiger'
De werknemer is een tevreden mens, en dat geldt zowel zijn baan als zijn salaris. De meesten, ruim 60 procent, zijn dan ook niet van plan op zoek te gaan naar iets anders. Maar de tevredenheid staat onder druk, bijvoorbeeld doordat bedrijven en organisaties bezuinigen. Daardoor neemt de werkdruk toe en dat tast het werkplezier aan.

En trouwens, wat is tevreden? 'Is het cynisch om te zeggen dat werknemers tevreden zijn omdat ze nog een baan hebben?', zegt Bas van der Klaauw, hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. 'Maar in Nederland deugen de werkgevers over het algemeen natuurlijk. Werknemers kunnen veel regelen. Niet alleen dat ze parttime willen werken, maar ook tijdens welke uren. Dat draagt zeker bij aan tevredenheid bij werknemers.'

Hoogopgeleiden (ruim 60 procent) hebben meer plezier in hun werk dan mbo'ers (ruim 50 procent). Mannen hebben het meer naar hun zin dan vrouwen, en werknemers in de non-profitsector zijn tevredenener dan die in het bedrijfsleven. Dat komt achtereenvolgens doordat hoogopgeleiden meer zeggenschap hebben over de invulling van hun werk, vrouwen doorgaans nog altijd schipperen om de zorgtaken en - parttime - carrière te combineren, en de non-profitsector minder financieel gedreven is dan het als harder te boek staande bedrijfsleven.

Ruim 10 procent van de werknemers is ontevreden tot zeer ontevreden. Mbo'ers (17,6 procent) en vrouwen (18,6) scoren hier hoger.

De bevlogen onderwijzer, de zorgzame verpleegkundige... een zekere vorm van idealisme draagt bij aan het werkplezier van werknemers bij de overheid, in de zorg of een goededoelenclub. Wie daar werkt, wordt doorgaans minder gedreven door financiën en heeft vaak een doelbewuste keuze gemaakt voor de normen en waarden van de organisatie waar hij of zij werkt.

Of een werknemer jong of oud is, maakt ook verschil als het gaat om de geluksbarometer. Ouderen scoren hoger. Maar de vraag is waar dat verschil precies in zit. Hebben alle ouderen nog plezier in wat ze doen of stellen ze met de eindstreep in zicht soms minder eisen? Wat zeker bijdraagt aan de tevredenheid van het personeel is de betrokkenheid die werknemers ervaren. Oudere werknemers, en dan hoeven ze niet eens leidinggevende posities in te nemen, voelen zich vaak meer betrokken, niet in de laatste plaats doordat grote groepen jongeren de afgelopen jaren geen vast contract meer hebben gekregen.

Ook wie tevreden is, houdt iets te wensen over. En dat is vooral een centenkwestie. Rond de 40 procent van de werknemers vindt dat het salaris 'rechtvaardiger' kan, onder mbo'ers vindt zelfs meer dan de helft (54 procent) dat. Universitair geschoolden zijn het meest tevreden over hun inkomen (60 procent). Voor een rechtvaardig loon vindt deze laatste groep toch dat hun netto maandloon tot 400 euro omhoog moet. Naar mate het opleidingsniveau daalt, wordt deze wens tot loonsverhoging lager; hbo'ers willen er tot 300 euro bij, mbo'ers tot 200 euro. Mannen, die hun huidige beloning iets rechtvaardiger vinden dan vrouwen, willen er desondanks tot 300 euro bij, vrouwen tot 200 euro. Ongeveer een kwart van de werknemers is ontevreden over zijn salaris, onder mbo'ers loopt dat op tot bijna 30 procent.

Toch blijft vragen naar tevredenheid tricky, zegt Joop Schippers, hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit van Utrecht. 'Als je niet tevreden bent, moet je zelf in actie komen. Doe je dat niet, dan ben je een loser. Niet iedereen zal dat misschien willen toegeven.'

Crisis of niet, de salarissen gaan gewoon omhoog
Iets meer dan de helft van de werknemers gaat er dit jaar in salaris op vooruit. Bij hoogopgeleiden (ruim 60 procent) meer dan bij mbo'ers (45 procent), bij mannen meer dan bij vrouwen. Een op de tien werknemers ziet zijn inkomen dit jaar dalen; vrouwen (10,2 procent) en mbo'ers (11,5 procent) het meest.

Vooropgesteld dat een kleine meerderheid van de werknemers vindt dat het salaris 'rechtvaardig ' is, zijn ze optimistisch over hun toekomstige loonontwikkeling, crisis of niet. Over vijf jaar ligt het salaris 20 procent hoger vergeleken met het inkomen van nu.

Die stijging klinkt Bas van der Klaauw, hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, niet als absurd in de oren. 'In deze loonsverhoging zitten de reguliere periodieke stappen die mensen maken, met af en toe als beloning een extra stap, en de inflatiecorrectie. We zijn een matig volkje.'

Dat de werkloosheid oploopt omdat bedrijven door de crisis afscheid nemen van werknemers, betekent niet dat ze geen geld over hebben voor degene die ze wel in dienst houden, constateert ook Gijs van Bussel, hoogleraar strategisch beloningsbeleid op Nyenrode. 'De war for talent is nog niet voorbij. Bedrijven zijn ook nu bereid extra te betalen voor mensen die het echt goed doen.'

Een hogere opleiding betaalt zich uit
Tijgermoeders, die hun ambities op hun kinderen projecteren, hebben het gelijk van het Nationaal Salaris Onderzoek aan hun zijde: maak altijd je opleiding af en kies een zo hoog mogelijke studie. Want dan verdien je later het meest. Afgezet tegen het inkomen van jan modaal, 33 duizend euro bruto per jaar, komt een mbo'er van 40 met bijna 3.900 extra per jaar thuis. Een hbo'er verdient dan bijna 11 duizend euro meer dan modaal. Een universitaire studie levert bijna 17 duizend euro per jaar meer op dan de gemiddelde Nederlander op z'n veertigste krijgt.

Op twee factoren die de hoogte van het inkomen bepalen, heeft een werknemer geen invloed: de leeftijd en de x/y-factor. Oud verdient meer dan jong, en wie vrouw is, staat altijd op achterstand: zij verdient 2.673 minder, welke keuzes er verder ook worden gemaakt. (zie ook man-vrouw).

Werknemers kunnen hun loon wel beïnvloeden met drijfveren en werkgedrag, in zowel positieve als in negatieve zin. Sociale interactie, investeren in relaties, levert geld op: afgezet tegen modaal 586 euro per stap in de loonschaal. Inzetten op samenwerken gaat juist ten koste van salaris. Ook uitslovers voelen het in hun portemonnee. Prestatiedrang, en dat vooral aan je omgeving laten zien, kost dus geld.

Nederland is een feminien land, zegt Van Muijen. 'Goede relaties vinden we belangrijk, maar we zijn allergisch voor mensen die laten zien hoe goed ze zijn. In de Verenigde Staten is dat precies andersom. Je ziet het al op school. Daar zitten de beste kinderen vooraan, in Nederland de slechtste kinderen. Wij willen de onderlinge afstanden niet te groot maken. Het moet wel leuk blijven.'

De discussie over demotie ten spijt, nog altijd geldt: hoe ouder hoe hoger het salaris. Werknemers boven de 40 verdienen 549 euro per jaar meer, wie jonger is, krijgt 549 euro minder voor elk jaar dat hij of zij jonger is. Dat heeft alles te maken met hoe onze lonen zijn opgebouwd. Jongeren verdienen minder dan ze produceren, ouderen meer. Achterliggend idee is dat werknemers hun best blijven doen. Ter vergelijking: tot 25 jaar verdienen de deelnemers aan het Nationaal Salaris Onderzoek gemiddeld 24 duizend euro per jaar, 45-plussers komen met 45 duizend euro thuis.

Kiezen voor het juiste beroep tikt ook aan. In de directiekamer wordt het meest verdiend: gemiddeld bijna 63 duizend euro per jaar. De secretaresse komt thuis met 30duizend euro, de helft van haar baas. Hekkensluiters zijn de werknemers in de horeca en detailhandel met bijna 25 duizend euro.

Wellicht ten overvloede: het onderzoek is uitgevoerd onder werknemers. Voor de bijna 900 duizend zzp'ers geldt bovenstaande niet. De professional, vaak hoogopgeleid en in elk geval uit vrije keuze kleine zelfstandige geworden, verdient doorgaans meer dan hij in loondienst zou krijgen. Een groeiende groep zzp'ers , in bijvoorbeeld de thuiszorg, bouw, transport en postbezorging - en gedwongen ondernemer te worden - gaat het veel minder voorspoedig. 'Zeker als je weet dat opleiding zo zwaar telt, moet je constateren dat zij het moeilijk hebben en de crisis deels op hen wordt afgewenteld', zegt Van Muijen.

HET ONDERZOEK: WIE DEDEN MEE?
Nyenrode Business Universiteit en carrièreplatform Intermediair hebben gisteren het Nationaal Salaris Onderzoek 2013 gepresenteerd. Met het salarisonderzoek is een nieuwe arbeidsvoorwaardenwijzer ontwikkeld. Daarmee kunnen werknemers hun eigen salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden vergelijken met die van anderen in een vergelijkbare baan en kunnen ze nagaan of die marktconform zijn.

Het onderzoek is gebaseerd op een enquête die bijna 80 duizend werknemers afgelopen zomer hebben ingevuld. Meer mannen (59 procent) dan vrouwen deden mee. De werknemers blijken vooral afkomstig uit het bedrijfsleven (74 procent). Het aandeel hoogopgeleiden is groot: 27 procent heeft een universitaire studie afgerond, 39 procent heeft hbo en 32 procent mbo; 2 procent van de deelnemers heeft een lbo-opleiding. In de uitwerking van de data is die onevenwichtigheid representatief gemaakt.

intermediair.nl/salariskompas