Op de rode loper

Rusland door de ogen van de kustenaars Ilja Kabakov en El Lissitzky in het Van Abbemuseum. Wat hebben zij gemeen?

'Elke revolutie betekent bloed.' Veel heeft Ilja Kabakov nog niet gezegd, maar deze opmerking is er een die alles op zijn plek zet. 'Weet je wel', voegt zijn vrouw Emilia er aan toe, 'dat er onder de communisten 25 miljoen doden vielen. Alle intelligentia werd uitgeroeid. Het beste dat Rusland had voortgebracht. Het leven was een kwestie van overleven. Dat gold ook voor Ilja.'

Emilia Kabakov (1945), tentoonstellingsmaker en kunsthandelaar van origine, begon in 1988 samen met haar neef, de Russische kunstenaar Ilja Kabakov, werk te maken. Ze trouwden vier jaar later. Maar praten over de tijd dat Ilja zich, tijdens het sovjetregime onder Stalin, als 'clandestien kunstenaar' staande hield - het lijkt alsof ze er zelf bij is geweest.

Een interview met het echtpaar Kabakov betekent een uitgebreid gesprek met Emilia. Ilja schuift de laatste tien minuten aan. Niet zozeer omdat hij er geen zin in heeft. Eerder omdat Emilia nu eenmaal volgens hen beiden het werk van haar man beter verwoordt. En ook handig: in begrijpbaar Engels. Andere reden: de tentoonstelling in het Van Abbemuseum is een week voor de opening nog lang niet klaar. Ilja loopt rond om aanwijzingen te geven aan zijn assistenten, terwijl Emilia als een ambassadrice het woord voert. .

Aanleiding voor het gesprek is de dubbeltentoonstelling in Eindhoven van zowel het oeuvre van Kabakov als dat van zijn landgenoot El Lissitzky. Het was een idee van Van Abbe-directeur Charles Esche. Waarom niet Kabakov eens te vragen te exposeren naar aanleiding van zijn 80ste verjaardag, volgend jaar. En waarom hem niet benaderen een tentoonstelling in te richten van Lissitzky, van wie het museum een van de omvangrijkste collecties in huis heeft? Achterliggende gedachte van de directeur: zoals Lissitzky (1890-1941) het optimistisme van de sovjettijd in beeld heeft gebracht, zo belichaamt Kabakov (1933) vooral de keerzijde .

'We hebben er wel een tijdje over getwijfeld', geeft Emilia toe. 'Toen Charles ons vroeg, waren we eerst enthousiast. Maar we wilden het toch niet doen. Het is een te grote verantwoordelijkheid. Heel gevaarlijk om te oordelen over iemand die al lang gestorven is. Daarbij gaat iedereen de twee oeuvres met elkaar vergelijken. We hebben wel gewerkt met andere kunstenaars, zoals Joseph Kosuth en Jan Fabre, maar met die kun je overleggen omdat ze nog leven. Charles heeft ons uiteindelijk overtuigd. Vanuit het idee dat waar Lissitzky eindigde, wij begonnen.'

Voor wie het werk van beide kunstenaars niet direct voor ogen staat: El Lissitzky was een leerling van Malevitsj, en net als zijn leermeester was hij gegrepen door de Russische revolutie van 1917. Het resulteerde in een oeuvre dat niet alleen hooglijk abstract is, maar ook hooglijk propagandistisch. Hij ontwierp een spreekgestoelte vanwaar Lenin de menigte zou kunnen toespreken. Maakte in de stijl van Malevitsj schilderingen. Legde zich toe op fotocollages en typografie, beïnvloed door Bauhaus en De Stijl en zijn vriendschap met Kurt Schwitters en Theo van Doesburg. Ondanks tegenwerking tijdens de Stalintijd bleef hij tot zijn dood in 1941 officiële opdrachten uitvoeren, zoals het opzetten van tentoonstellingen die de grootsheid van het sovjet-regime uitdroegen.

Waar Lissitzky 'aan het begin van de brug' staat, staat Kabakov, volgens Emilia, 'aan het einde'. Ondanks de overeenkomsten in genre - net als Kabakov maakte Lissitzky boeken, installaties, foto's, posters, tekeningen, modellen, schilderijen en schetsen - is er een overduidelijk verschil van inhoud. Emilia: 'Lissitzky wilde een nieuwe wereld scheppen. Hij wilde de wereld veranderen, verbeteren; een nieuwe mens creëren. Zijn utopische idealen en fantasieën waren heel positief. Dat kun je alleen maar waarderen. Alleen, de realistische uitwerking ervan:it failed.'

Juist van die uitwerking zijn Ilja en zij slachtoffer geworden, vertelt Emilia. Hoewel ze eraan toevoegt dat er tussen haar en haar echtgenoot een groot verschil zit: haar man is een grotere pessimist dan zij. 'Ilja groeide op onder Stalin. Hij had reden om bang te zijn, door alle verdwijningen, het afluisteren, dat je niemand kon vertrouwen. Toen ik opgroeide, in de jaren zestig, was de terreur grotendeels verdwenen. Ik heb een fotografisch geheugen. 's Nachts las ik Solzjenitsyn; overdag vertelde ik mijn vrienden erover. Dat kon.'

Dat pessimisme van Ilja heeft in de loop van de afgelopen vijftig jaar wel een uitgebreid en veelzijdig oeuvre opgeleverd. Middelpunt ervan is het idee van het dagelijkse leven tijdens de sovjettijd. Hoe deelde je een keuken met twintig anderen? Leefde je met z'n allen op een etage? Wat betekende individuele vrijheid in zo'n gesloten maatschappij waar de muren oren hadden? Emilia: 'Het werk staat in de traditie van de 19de-eeuwse 'gewone man', zoals je dat ook leest bij Gogol, Dostojevski en Tsjechov. Het is geen heldhaftig sovjetpersoon, noch een westerse superman.'

In het Westen, waar het echtpaar in 1988 naar emigreerde (ze wonen nu op Long Island, bij New York), is het werk vooral bekend geworden dankzij hun inzending op de Documenta-tentoonstelling in Kassel van 1992. Kabakov had daar een typisch Russisch toiletgebouwtje 'gereconstrueerd', met besmeurde toiletpotten, rondslingerend wc-papier en kapotte ramen. Het was destijds een mooie binnenkomer. Vooral omdat het aansloot bij het beeld dat het Westen graag van die vermaledijde sovjettijd wilde hebben. Hoewel, volgens Emilia, velen dat niet wilden geloven. 'Russische kunstenaars werden niet serieus genomen. Men wilde maar niet begrijpen dat we met meer dan vijftien man bij elkaar woonden met één keuken en één toilet.'

Achteraf niet zo vreemd dat een van de favoriete figuren in Kabakovs werk de vlieg is. Het beestje dat de vrijheid heeft overal naar toe te kunnen, maar zich het liefst voedt met afval. En laat afval nu dat andere favoriete beeldmerk van de kunstenaar zijn. In het Van Abbe ligt het zelfs in een grote hoeveelheid op de grond. En hangt het schoongemaakt aan waslijntjes te drogen. 'Voor Kabakov is de Russische realiteit er een van troep en donkerte; alles dat de ziel kapot maakt.'

Emilia: 'Zowel Lissitzky als Kabakov zijn escapisten. Ze dromen beiden van een andere wereld. Maar wel op een verschillende manier. Kabakov wilde aan de politiek ontsnappen, aan de gevangenis die de sovjetwereld was. Lissitzky droomde van een nieuwe wereld.'

Die tegenstelling tussen Lissitzky en Kabakov is in Eindhoven letterlijk in beeld gebracht. De Kabakovs hebben er voor gekozen de beide oeuvres niet door, maar naast elkaar te etaleren. En om het de bezoeker nog duidelijker te maken, ligt er tussen beide opstellingen een loper. Een rode, natuurlijk, om in de kleur van het sovjetverleden te blijven.

Wat ze overigens zelf van Lissitzky denken? Hebben ze geen hekel aan het propagandamateriaal dat kameraad Lissitzky maakte voor sovjet-baas Stalin?

Emilia: 'Nee, helemaal niet. Zeker, in het begin was Lissitzky heel enthousiast over het sovjetcommunisme. Later niet meer. Zeker niet na 1937, op het hoogtepunt van alle zuiveringen. Hij raakte depressief. Ik geloof niet dat hij een uitbundig partijganger was. Relatief voordeel voor Kabakov was dat hij wist in welke moeilijke tijd hij leefde.'

Kabakov behoorde in de eindjaren zeventig tot de groep die bekendheid kreeg als de Moskouse Conceptionalisten. 'Iedereen vond het destijds een voorrecht ze te ontmoeten', doceert Emilia. 'Het was een heel intellectueel gezelschap. En zolang je niet politiek actief was, liet men je ongemoeid. Weinigen weten dat ze niets verkochten. Er waren toen geen verzamelaars, geen galeries. Het werk, dat nu voor veel geld wordt verkocht, werd gewoon weggegeven. Zodat het naar het Westen kon worden gesmokkeld.'

Opmerkelijk: van Lissitzky had toen niemand gehoord. Zijn formalistische werk was verboden. Het enige abstracte schilderij, van Kandinsky, hing in de Moskouse Tretjakov Galerie - onder de naam 'Franse kunstenaar'. Emilia: 'Dat was het. Russische kunst was de School van Barbizon uit de 19de eeuw. Hetzelfde gold voor muziek. Geen Hindemith, geen Schönberg. Niets. Ik studeerde toen aan het conservatorium. Mijn docenten luisterden in het geheim naar de Amerikaanse radio. Van hen hoorde je weleens wat. Voor Ilja gold dat niet. Die moest vanaf nul beginnen.'

'Dat klopt', voegt Ilja Kabakov plots aan het relaas van zijn vrouw toe. Na drie kwartier interview met Emilia neemt de gemoedelijke kunstenaar onverwacht aan tafel plaats. Om vervolgens het belang van hun tentoonstelling uit te leggen, in aaneengeregen Russische volzinnen, die door Emilia simultaan in het Engels worden vertaald. Het echtpaar is goed op elkaar ingespeeld. Niet voor niets wordt hun werk sinds 1988 gezamenlijk ondertekend.

Hij vertelt over de angst tijdens het Stalin-regime een abstract schilderij in huis te hebben. Dat veel schilderijen tot tafelkleden werden versneden. Dat Lissitzky in de late jaren zeventig in Rusland werd herontdekt, omdat zijn werk in het Westen plots veel geld opleverde. En dat Lissitzky mocht dromen over de nieuwe mens, maar dat hij, Ilja Kabakov, erachter kwam dat de sovjet-mens op zijn best boring was.

Blijft de vraag wat het belang van hun expositie is? Volgens Ilja niet de historische betekenis ervan. 'Het is eigenlijk een heel eigentijdse tentoonstelling. Niet iets uit het verleden. Velen hebben tegenwoordig een romantisch idee van revoluties. Alsof ze utopisch zijn. Dat was bij Lissitzky wel zo, maar niet bij mij. Je wordt er een pessimist van. Slimme mensen begrijpen dat, dat de Russische revolutie goed begon, maar slecht eindigde.' Ilja Kabakovs conclusie: 'Elke revolutie betekent bloed.'

Lissitzky - Kabakov. Utopie en werkelijkheid. Van Abbemuseum, Eindhoven. 1/12 - 28/4/ 2013. vanabbemuseum.nl

Nadat Ilja en Emilia Kabakov in 1988 naar het Westen waren geëmigreerd, kreeg het echtpaar tentoonstellingen in Kassel, Parijs, Basel en Amsterdam. In het Stedelijk Museum was in 1995 de net daarvoor aangekochte Schoolbibliotheek van de Kabakovs te zien. Een ruimte vol vitrines, prikborden, kindertekeningen en onschuldig lijkend lesmateriaal. Want waren daar onder de kale lichtpeertjes ook geen afbeeldingen van Lenin en protserige sovjetarchitectuur te zien? Het is typisch Kabakov: melancholie met een ironische, zeg maar sarcastische ondertoon.