OMA's lieveling

Architect Rem Koolhaas levert wereldwijd het ene megaproject na het andere af. Toch komen ze, zegt hij, tot stand 'met een aarzeling'. Maandag krijgt hij de prestigieuze Johannes Vermeerprijs.

'Iedereen denkt maar dat ik overal wat van vind', zegt Rem Koolhaas. 'Maar dat is helemaal niet zo.' Veel van zijn werk bevat een aarzeling. Neem zijn nieuwste schepping, De Rotterdam, het grootste gebouw van Nederland. Dat is ontworpen op basis van twijfel. 'Door de instabiele markt moet dit gebouw zich kunnen aanpassen, van functie kunnen veranderen. Het heeft een gevel die je op verschillende manieren kunt benaderen als je komt aanlopen over de Erasmusbrug. Je kunt het niet op één manier lezen. Het is gemaakt met een aarzeling.'

Het is de paradox van Rem Koolhaas: een 150 meter hoge kolos van glas en staal bouwen op de Kop van Zuid, vergeleken waarbij de buurmanwolkenkrabbers van Norman Foster, Renzo Piano en Alvaro Siza opeens schriele torentjes zijn, en dan zeggen dat het voortkomt uit aarzeling.

Rem Koolhaas (68) heeft meer tegenstellingen in petto. Dat komt: er zijn meerdere Koolhazen in omloop. Zo is er de mythische Koolhaas, de man die generaties architecten heeft beïnvloed met zijn polemische statements over bigness, dirty realism en junkspace. (zie het Het kleine Rem Koolhaas woordenboek hierboven) Er is een praktische Koolhaas, die een groot architectenbureau leidt en de wereld overvliegt om opdrachten binnen te halen. Er is een ongeduldige Koolhaas, die uit zijn slof schiet als het niet gaat zoals hij wil. Er is een leergierige Koolhaas, die rustig vijf jaar studeert op het Japanse metabolisme uit de jaren zestig. En er is een Koolhaas die zichzelf beschermt tegen al die mensen - journalisten bijvoorbeeld - die verlangen dat hij over alles zijn mening geeft.

'Ik heb voor dat laatste een heel eenvoudige strategie ontwikkeld: geen antwoord geven en doen alsof ik geen mening heb over veel zaken.' Stoort het hem dat iedereen naar hem kijkt als was hij een soort orakel? 'Dat is aan de ene kant een last, aan de andere kant een incentive om verder te gaan. Ik probeer slimmer te zijn dan iedereen dacht dat ik was.'

Koolhaas is een architect die nooit werkt vanuit een status quo. Wat hem interesseert, is wat beweegt, wat verandert in de wereld. Hij deed onderzoek naar shopping (zie pagina 4), toen de rest van de architectuurwereld daar zijn neus voor ophaalde. Terwijl iedereen een iconisch museum wilde bouwen, reisde hij naar de Afrikaanse megacity Lagos om logica in de ongeplande stedenbouw te zoeken. Hij is 68, maar zijn nieuwsgierigheid is nog net zo groot als toen hij midden jaren zeventig naar Amerika reisde om zijn veelgeprezen lofzang over de grote stad te schrijven: Delirious New York, wat zijn doorbraak betekende in de architectuur.

Wat is zijn definitie van architectuur? 'Uiteindelijk is een van de interessante dingen van de architectuur ook een van de domme dingen van de architectuur', zegt Koolhaas in Amsterdam, de stad waar hij woont. 'Een architect wordt per definitie gevraagd dingen te veranderen. Dat is uiteindelijk het eigenaardige specialisme dat je ontwikkelt: verstand van veranderen.' En ja, daar zit iets doms aan, want veranderingen betekenen niet automatisch verbeteringen. 'Van dat risico ben ik me zeer bewust.'

Zijn bureau OMA telt zes partners en 350 medewerkers. Er zijn vestigingen in New York, Peking en Hongkong. De projecten die ze onder handen hebben, zijn van een enorme schaal. De Shenzhen Stock Exchange, 250 meter hoog, is net opgeleverd, in Taipei verrijst een gigantisch theatercomplex, in Qatar ontwikkelen ze een stad en vliegveld ineen. En er is De Rotterdam: 160 duizend vierkante meter groot, een 'verticale stad', die in november open gaat.

En of zijn agenda nog niet moordend genoeg is, is hij volgend jaar directeur van de grootste architectuurtentoonstelling ter wereld: de Biënnale in Venetië. Komende maandag ontvangt Koolhaas de prestigieuze Johannes Vermeerprijs vanwege 'de tomeloze energie waarmee hij met zijn bureau OMA blijft zoeken naar nieuwe mogelijkheden om de gebouwde wereld vorm te geven', aldus de jury.

Kun je 'tomeloze' energie vasthouden als je werkt aan tientallen mega-projecten en een paar honderd mensen moet leiden? Koolhaas: 'Ik heb nog altijd voldoende vrijheid. Er is een stevige organisatie, het werk is over de partners verdeeld.'

Zeker, er is stress, erkent hij. Het is spannend, maar vooral inspirerend. 'Ik lig weleens wakker. Soms kan het onverwacht heel complex worden. In de architectuur weet je nooit uit welke hoek het probleem komt. Het vergt een staat van permanente improvisatie.'

Een van zijn manieren om scherp te blijven, is schrijven. Hij begon ooit als journalist bij de Haagse Post, en dat schrijven is nooit gestopt. 'Dat is de essentie van OMA. Dat we niet alleen bouwen, maar ook zelf vragen stellen.' Hij begon een separate eigen denktank, AMO, die zich werpt op de identiteit van Europa, of een roadmap voor een continent met lage CO2-uitstoot. 'Dat schrijven en onderzoeken hoort ook bij mij.' Om dingen te testen, te begrijpen en heel precies te kijken. En om te leren van het verleden. Want 'in onze zucht naar vernieuwing springen we vaak slordig om met de geschiedenis.' Alsof er vroeger maar wat werd aangeknoeid. Of we stellen het verleden voor als een sequentie van momentopnames: de 'kritiese' jaren zeventig, de schrale jaren tachtig, de hippe jaren negentig. 'Dat klopt natuurlijk niet. De geschiedenis is een doorlopend groeisel vol met nuances die niet passen in de clichébeelden die we ervan maken.'

OMA was al wereldberoemd buiten Nederland. Nu doet het bureau ook veel in het thuisland. Er komt een hoofdkwartier voor modemerk G-Star in Amsterdam (bijna af). In Rotterdam - waar ook Koolhaas' Kunsthal (1992) staat - bouwt OMA het nieuwe stadskantoor. Met De Rotterdam heeft hij al een flinke stempel op de stad gedrukt: de Wilhelminapier wordt tegenwoordig wel Rem-eiland genoemd.

Hij is 'ongelooflijk gelukkig met dat gebouw'. Jazeker, het is 'enorm groot. Maar door zijn proporties en de relaties met zijn plaats, de manier waarop je erop aanloopt, is het zeer verfijnd.' Hij zwijgt. 'Ik vind het vreselijk om mijn eigen werk te beoordelen.'

Of hij wil of niet, zijn invloed op de architectuur is heel groot. Eerst als denker en opstoker. Nu als bouwend en onderzoekend architect. Zijn CCTV, een dubbele, geschakelde toren voor de Chinese staatstelevisie in Peking, is omschreven als geniaal, maar ook als verwerpelijk. Dat laatste vooral omdat de opdrachtgever de niet-zo-mensenrechtenvriendelijke Chinese overheid is. Kunnen politiek en architectuur te dicht bij elkaar komen?

'Europa heeft de grote fout gemaakt zijn staatsvorm als enig respectabele te verklaren. Daardoor zijn we voortdurend oordelend bezig. Ik heb ervoor gekozen te participeren. Dat is natuurlijk ook een soort oordeel.'

Hoewel een groot deel van zijn werkgebied in Azië en het Midden-Oosten ligt, gelooft hij in Europa. 'Europa is heel dynamisch; jammer dat iedereen wat nu gebeurt puur en alleen als een crisis ziet, in plaats van als een creatief proces.' Is de crisis dan een kans? 'Dat is te simpel. Er zijn heel veel mensen die het moeilijk hebben, maar het werk is niet per se minder, het komt alleen minder makkelijk naar je toe.'

Het probleem van Europa is die gemakzucht. 'Het is crisis en waar heeft het Westen het over? Over spionage en wellness.' Diepe zucht. 'Ken je het Conservatorium Hotel in Amsterdam?' Nog een veelbetekenende pauze. Is het walgelijk, die Design Spa daar; bedoelt hij dat? 'Nee, walgelijk bedoel ik niet. Ik ga er zelf ook weleens zwemmen. Waar het mij om gaat: er is een hele generatie die alleen maar uit is op comfort. Ik gun het iedereen, maar ik vind het niet de meest energieke manier om op dit moment te bestaan.'

Hij is blij dat hij heeft meegemaakt dat comfort niet vanzelfsprekend was. 'Ik was kind in Amsterdam toen de oorlog net was afgelopen. Ik zou het kunnen beschrijven als een tragedie, maar ook als een ongelooflijke kans. Dat was het ook, het was spannend, alles was open, je kon alles verwachten, het was volkomen instabiel. Er waren niet eens rooilijnen in Amsterdam.'

De meeste mensen zijn bang voor verandering; het typeert Koolhaas dat hij er blij van kan worden. 'Het zou kunnen dat er een periode is gekomen waarin je met wat je hebt gestudeerd, niet je hele leven kunt vullen. Het idee van één roeping wordt steeds minder relevant. Althans, als ik kijk naar de generatie van mijn kinderen. Voor hen is het idee verouderd dat je met één talent je hele leven doorkomt.'

Critici vinden hem vaak te cynisch en zijn teleurgesteld in zijn acceptatie van de overwinning van de commercie op de utopie, aldus Archipedia, de architectuurversie van Wikipedia. 'Dat vind ik een verbluffend staaltje kortzichtigheid', zegt hij met onverholen irritatie. 'Dat je, als je naar mijn werk kijkt, denkt dat het kapitalisme heeft getriomfeerd.'

Het is een groot misverstand dat Koolhaas de fenomenen die hij bestudeert ook propageert. 'Mijn boek over shopping schreef ik toen niemand in de architectuurwereld erin was geïnteresseerd. Dat leest echt niet als een lofzang op de apotheose van de markt. Je zou er pessimistisch van kunnen worden dat je desondanks wordt geïdentificeerd met iemand die voor kapitalisme is gezwicht.'

De anekdote doet de ronde dat hij, tijdens een bezoek aan het succesvolle Deense bureau BIG - van zijn tovenaarsleerling Bjarke Ingels - kijkend naar de maquettes van zwierige torens en hippe bouwblokken zei: 'Architecture shouldn't be this happy.' Grijns. 'Dat kan ik heel goed hebben gezegd.' Wordt er dan nooit gelachen bij OMA? 'We zijn serieus, maar niet bloedserieus. Humor is noodzakelijk. Maar ik ben er nooit van uitgegaan dat dingen makkelijk zijn.'

Zijn gebouwen zijn niet om je aan te vergapen, ze moeten issues oplossen. Problemen op het gebied van energie, stedenbouw, logistiek, sociale kwesties of zelfs politiek. Zo heeft hij over het gebouw voor de CCTV gezegd dat hij wenst dat de opengewerkte dubbele toren tot meer openheid in de Chinese samenleving zal leiden.

Maar, erkent Koolhaas, elke opdracht heeft een maximum aan wat je kunt bereiken als architect. 'Een ontwikkelaar heeft nu eenmaal een economische drijfveer. Dat zie je bij De Rotterdam. Bij publieke gebouwen, zoals het Stadskantoor, is het per definitie genereuzer. Daar hoef ik geen winkels op de begane grond te plannen.'

Wat hem op dit moment het meest interesseert, is 'het werken in omstandigheden en in gebieden waar drastische veranderingen aan de gang zijn'. De plekken waar dat gebeurt, vind je eerder in Qatar of China, dan in Europa.

'In Europa spelen andere vragen. Hier gaat het over erfgoed. De relatie van erfgoed met toerisme, met modernisme en met preservatie. Hoe je erfgoed bewaakt en toch vooruitkomt.' Kijkend naar Europa kun je vaststellen dat er voor de crisis toesloeg sprake is geweest van een bubbel, een golf aan iconische gebouwen en veel optimisme. 'De architectuur is veranderd in de jaren negentig. Zij ging zich minder introvert gedragen. Dat was prima. Maar dat had ook een keerzijde.'

Dat was de hype, het Bilbao-effect, genoemd naar het Spaanse stadje waar Frank Gehry in 1997 een museum neerzette. Het leidde volgens Koolhaas tot idiote taferelen: 'Toen ik een prijsvraag deed voor een museum in Rome, zei de directeur: ik wil een gebouw dat voor Rome doet wat Gehry voor Bilbao heeft gedaan. Mfmpf. Rome gebruikt Bilbao als voorbeeld? Dan denk je, gekte.'

De tragiek van Europa is dat er in de jaren negentig een architectuur-boom is geweest, maar dat tegelijkertijd de staat als opdrachtgever zich steeds meer terugtrekt. 'Het arsenaal en het vocabulaire van de architectuur werden steeds belangrijker en groter, maar de invloed van de overheid en haar ambities werden gereduceerd. Dat is een wringende beweging.' Wat hem somber maakt, is dat 'je niet het gevoel hebt dat er echt iets aan wordt gedaan. Dat ondanks de crisis het spel gewoon door dezelfde acteurs wordt voortgezet. Dat vind ik jammer.'

Extra: De beurs heeft een rokje aan
Een typische OMA-oplossing; zo zou je de zojuist opgeleverde enorme Shenzhen Stock Exchange, een van de drie aandelenbeurzen van China, kunnen typeren. Typisch, omdat de 250 meter hoge toren zelf nogal gewoontjes is gehouden, met een grid van vierkante vensters dat aansluit bij naastliggende hoogbouw. De bijzonderheid schuilt in de brede voet van de wolkenkrabber, die is opgetakeld tot 36 meter boven de grond. Het ziet er uit of het gebouw een rokje aanheeft.

Dit is het tweede grote bouwproject dat OMA oplevert in China (na het hoofdkantoor van de staats-tv CCTV in Peking in 2012). Het beursgebouw heeft een oppervlakte van 180 duizend vierkante meter. Op het dak van de uitstulping is een parkachtig landschap gecreëerd. Onder de uitsteek is een beschermde openbare ruimte gemaakt. Het verbrede deel huisvest over drie etages de belangrijkste handelsvloeren van de beurs.

OMA ziet de 'zwevende' voet als een metafoor voor de aandelenmarkt, die immers niet gaat over aanraakbare materie, maar over kapitaalstromen.

Het sterke van het beeld is dat de voet nu een relativerende horizontale werking uitoefent op de lange pierlala die de toren feitelijk is.

Het is ook een beeld dat direct een bijnaam oplevert, vaak een goed teken in de architectuur. De Shenzhen Stock Exchange wordt lokaal de 'minirok' genoemd.

Onbedaarlijke voorliefde voor complexiteit
De Johannes Vermeerprijs (100 duizend euro) is in 2008 door de Nederlandse overheid ingesteld als cultureel tegenwicht van de Erasmusprijs, een beloning voor excellente Nederlandse wetenschappers met een internationale invloed. Koolhaas krijgt de Vermeerprijs 'niet alleen wegens een uitzonderlijke staat van dienst als ontwerper en bouwer, ook zijn bijdrage aan het internationale debat over bouwkunst is steeds opnieuw essentieel voor allen die betrokken zijn bij de strategische planning van metropolen.'

In het boek Het streven naar grenzeloosheid: de ongrijpbare Rem Koolhaas, dat verschijnt ter gelegenheid van de prijs, probeert architectuurjournalist Jaap Huisman te achterhalen waarom de architect zo'n onbedaarlijke voorliefde heeft voor ingewikkelde problemen. 'Koolhaas is niet zozeer geïnteresseerd in architectonische borstklopperij als wel in complexiteit. Esthetiek lijkt een bijzaak. De expressie van een bouwwerk wordt gevoed door de inhoud.'

Dat is volgens Huisman de essentie van Koolhaas' architectuur. 'Niet form follows function, niet less is more, maar form follows program. En dat programma wordt ingegeven door data.'

Overigens hoeft voor Koolhaas de oplossing van een probleem niet altijd een gebouw te zijn. Soms is het een polemiek, soms een boek, maar zijn werkterrein is veel breder. Hij adviseert landen, soms zelfs continenten. Hij is de man die met Prada en Miu Miu praat over de identiteit van de modemerken. Hij weigert zich te beperken. 'Heeft dat voor een groot deel te maken met de ongrijpbare figuur die Koolhaas ook is, of wil zijn? Is hij architect? Is hij journalist? Is hij theoreticus? Schrijver?' Hij is alles, stelt Huisman vast.

Credit: De Vermeerprijs wordt 21 oktober uitgereikt. Eerdere winnaars zijn: Alex van Warmerdam, Erwin Olaf en Marlene Dumas.

Extra: Koolhaas' biënnale
'Een van de redenen dat we in Rotterdam zitten, is dat het een stad is met een laag nieuwsgierigheidsniveau', zegt Rem Koolhaas over de keuze om er zijn bureau te vestigen. 'Dat we daar ongelooflijk vrij gelaten worden.'

De Kunsthal, die hij 25 jaar geleden bouwde, betekende zijn internationale doorbraak. Na lang wachten is er een nieuwe Koolhaas: De Rotterdam. Een 'verticale stad' is het, met 50 duizend vierkante meter kantoorruimte, 240 appartementen, een hotel met 285 kamers, een congrescentrum, 670 parkeerplaatsen en ruimte voor wellness, winkels, restaurants en cafés. Dat alles verdeeld over 44 verdiepingen, met een hoogte van 149 meter. Waarmee De Rotterdam niet het hoogste, maar wel veruit het grootste bouwwerk van Nederland is.

Als je komt aanlopen langs de oevers van de Maas en over de Erasmusbrug, zie je steeds iets anders in De Rotterdam. Aanvankelijk lees je het gebouw als drie onderling geschakelde torens op een massieve plint. Dan lijkt het toch meer op een reusachtige schijf van glas en staal. Vervolgens oogt het als een opeenstapeling van gigantische dozen. De compositie is ondoorgrondelijk als Koolhaas zelf. Er zijn meer overeenkomsten tussen gebouw en architect. De Rotterdam geeft niets van zijn rijke binnenwereld prijs, toont zich zakelijk en koel. En de verticale stad is, als je eerlijk bent, toch wel een maatje te groot voor Nederland - evenals veel van Koolhaas' ideeën.

Bij velen wekt het verbazing dat dit megaproject, met voornamelijk kantoren, in crisistijd van de grond is gekomen. Maar volgens Koolhaas is De Rotterdam juist met dánk aan de crisis gebouwd. Bedacht in de bloeiende jaren negentig, dreigde het afgeblazen te worden. Door de daling van de staalprijzen na het uiteenspatten van de bouwbubbel, kwam de financiering uiteindelijk toch rond. Bovendien garandeerde de gemeente een fors deel van de kantoren te huren.

Inmiddels is in Rotterdam ook begonnen met de bouw van het nieuwe, door OMA ontworpen Stadskantoor. Een gebouw met een totaal ander karakter - kleinschalig, opgebouwd als een aaneenschakeling van witte 'tetrisblokken' met groene daken. Het oorspronkelijke idee was dat het aantal blokken in de toekomst, afhankelijk van de ruimtebehoefte, zou kunnen groeien en krimpen. Vanwege de hoge kosten die dergelijke flexibiliteit vraagt, wordt het uiteindelijk toch een 'vaste' constellatie.

Wat kunnen we volgend jaar verwachten op de Architectuurbiënnale in Venetië, waarvan Rem Koolhaas (gast)directeur is? Met zijn keuze voor het thema Fundamentals stuurt Koolhaas aan op een tentoonstelling over architectuur, in plaats van over (ster)architecten. 'De Biënnale werd steeds meer een evenement waar beroemdheden hun waren uitstallen. Ik ben directeur geworden op voorwaarde dat we één keer elke connectie met het heden mochten opzeggen.'

Fundamentals focust op de geschiedenis en evolutie van architectuur de afgelopen 100 jaar, van specifiek en lokaal naar uitwisselbaar en internationaal. Koolhaas zal met een frisse blik de basiselementen van de moderne architectuur onderzoeken: gevel, dak, raam, muur, vloer, gang, haard, balkon, trap, lift en wc. Elementen die door elke architect worden gebruikt.

Koolhaas benadrukt dat hij geen visie gaat geven op waar het naartoe moet met de architectuur. 'Wij maken dingen die geïnterpreteerd kunnen worden, ik probeer zelf niet de interpretatie erbij te leveren. Of, althans, met mate.'

De onderliggende vraag van de Biënnale is: welke unieke, nationale gedachten en kenmerken kunnen we in de architectuur nog ontwaren? Hoe kunnen zij overleven en bloeien, ondanks de globalisering, de 'internationale stijl'?

In de nationale paviljoens zullen landen hun invulling van het thema presenteren. Koolhaas neemt het centrale paviljoen voor zijn rekening. In het Arsenale zal de tentoonstelling Monditalia te zien zijn, over de huidige condities in Italië - artistiek, cultureel, historisch. Hiervoor zoekt Koolhaas samenwerking met de kunst- en filmbiënnale.

Credit: De Architectuurbiënnale is van 7/6 t/m 23/11 2014 in Venetië

Extra: Het kleine Rem Koolhaas woordenboek
Zes begrippen die de kijk op architectuur hebben veranderd

Bigness
Het begrip waarmee Koolhaas in de jaren negentig groot werd. De term komt uit de publicatie S, M, L, XL (1995). Het hoofdstuk Bigness (or the Problem of Large) gaat over grote gebouwen die sinds de jaren tachtig de stad zijn gaan domineren - shopping malls, meubelboulevards, vliegvelden. 'Bigness', constateert Koolhaas, maakt niet langer deel uit van een stedelijk weefsel. Bigness hanteert zijn eigen logica. It exists; at most, it coexists.

Fuck context/Fuck the context
De onderliggende gedachte van Bigness: het grote gebouw trekt zich niets aan van de stedelijke samenhang. Als reactie op postmoderne architectuur die juist aansluiting zoekt bij de context. Koolhaas stelt dat dit streven in de moderne stad zinloos is. Was 'fuck context' slechts genoteerd als waarneming van een ruimtelijke ontwikkeling, door vele volgelingen is het geïnterpreteerd als een vrijbrief om overal iconen neer te plempen.

Junkspace
De gigantische berg aan moderne gebouwen waarmee de mensheid de aarde bedekt. Op kleine schaal bezien verdiensten van de moderne maatschappij, maar in zijn volle omvang een nachtmerrie: Junkspace is like being condemned to a perpetual jacuzzi with millions of your best friends. Koolhaas' essay over junkspace is in 2006 als boekje uitgegeven.

Dirty realism
Het idee dat je als architect de gebouwde omgeving niet probeert te controleren met utopische visies, maar surft op de golven van de chaos die de hedendaagse stad is. Vaak gekoppeld aan Koolhaas' onderzoek naar de Afrikaanse megacity Lagos, waar de overheid niets doet aan ruimtelijke planning, maar waar niettemin een eigen orde blijkt te heersen.

(..more and more,) more is more
Anders dan Mies van der Rohe's oneliner 'less is more' niet bedoeld als manifest. De observatie hier is dat in junkspace hogere vormen van organisatie, zoals hiërarchie en compositie, steeds vaker plaats maken voor willekeurige ruimtelijke opeenstapelingen en aanhangsels.

Shopping
'Arguably the last remaining form of public activity', aldus Koolhaas in The Harvard Design Dchool Guide to Shopping (2001). In dit boek onderzoekt OMA samen met Harvardstudenten (Koolhaas geeft daar les) het fenomeen dat niet alleen stadscentra en suburbs in bezit heeft genomen, maar inmiddels ook stations, vliegvelden, musea, ziekenhuizen en het internet.