Mijmeringen zonder urgentie **

Fotograaf Marnix Goossens jaagt achter het 'ginder' aan. Maarwaar is de bravoure?

tentoonstelling

Marnix Goossens: Yonder.

T/m 6/10 in Foam, Amsterdam. Catalogus euro 35.

'Yonder' is een prachtig woord. Het betekent 'daarginds' of, mooier nog: 'ginder'. Er spreekt een dromerig soort verlangen uit, naar met dauw bedekte hei en blauwe heuvels voorbij de horizon, terwijl op de achtergrond Daniel Lohues zachtjes zingt. Yonder is een plek waar iedereen zo nu en dan naartoe wil.

Ook fotograaf Marnix Goossens jaagt erachteraan. Zijn nieuwste tentoonstelling, nu te zien in Foam in Amsterdam, heet Yonder en bestaat uit loeigrote foto's (plus een aantal kleinere en, nieuw, een film) met daarop verlanglandschappen. In dit geval zijn dat bescheiden vergezichten die je dagelijks zou kunnen zien, maar waar je aan voorbij loopt, op zoek naar iets Anders, iets Groters.

Een donker hoekje tussen trap en traploper. Een gat in het plafond. Een onderbroken plint, een tegelperspectief in de badkamer, palmboombehang of een gebloemd gordijn dat het buitenlicht filtert. Het zijn plekken die dezelfde sensatie opwekken als een reep oud behang die tevoorschijn komt tijdens een verbouwing en die van je eigen vertrouwde huis een tijdmachine maakt.

Dat Marnix Goossens een voorliefde heeft voor dit soort mijmerplekken, was al bekend. In het verleden dwaalde hij langs snelwegen waar hij planten fotografeerde die zich tegen de glazen geluidsschermen hadden gedrukt en die leken op tropisch groen in een kas. Langs struiken met geheimzinnige gaten, vazen met nepbloemen, grindvlakten met klaprozen. Vaak gingen die foto's over de tegenstelling tussen het artificiële en het natuurlijke, en hoe die twee zich soms vermengen. Dat je bij het zien van een bloemetjesbehang zin krijgt om buiten te zijn, net als de mensen die bij het ruiken van shampoo met synthetische dennengeur beweren: 'Mmm, alsof je door het bos loopt.'

Die dingen zijn nog altijd onderwerp van zijn foto's. Laat Goossens een douchegordijn met een blauwe wolkenlucht fotograferen en het beeld ademt meteen een hunkering uit, die het ene moment als romantisch, het andere als cynisch bestempeld kan worden. In die combinatie zit 'm doorgaans de aantrekkingskracht van zijn werk. Goossens kan uitdagen, prikkelen en zuigen als de beste, met foto's die mooi maar ook onbegrijpelijk en ronduit irritant kunnen zijn. Je blijft ernaar kijken. Of beter: ze blijven je achtervolgen.

Alleen - waar is dat alles gebleven? Vergeleken bij dat eerdere werk kabbelt Yonder maar een beetje voort, van het ene hoogst esthetische vergeten hoekje naar het andere, met soms mooie observaties, maar ook te veel herhaling van wat Goossens eerder deed (bloemetjesbehang, bosje nepbloemen in kunstmatig licht, planten achter geribbeld glas) en zonder het venijn. Dat was in 2008 eveneens het geval, toen de fotograaf voor de Rijksmuseumopdracht Document Nederland de plekken vastlegde waar om het hardst gevochten werd met het oprukkende water. Ook toen ontbrak de gebruikelijke bravoure.

Hoewel gebruikelijk. Achteraf gezien bleek die bravoure juist een fase, een tijdelijk puberaal tijdperk dat overwoei. Dat kan natuurlijk, in de zin van: het staat iedere kunstenaar vrij om zijn eigen weg te kiezen, maar het is wel zonde. Vooral omdat tegelijkertijd de ontwikkeling en de urgentie uit het werk zijn verdwenen. Waarnaartoe? Yonder, ongetwijfeld. Misschien moet ik me daar nu maar gewoon bij neerleggen.