LES NABIS ***

Er zijn stiekeme uitblinkers, maar over de hele linie is de expositie teleurstellend. De pijn zit 'm in de selectie die zijn weg van St.-Petersburg naar Amsterdam vond: vrijblijvend, zuinig met zwaargewichten.

Beeldende kunst
Gauguin, Bonnard, Denis - Een Russische liefde voor Franse kunst

Hermitage Amsterdam. T/m 28/2. Hermitage.nl

Het gebeurt niet vaak dat een tentoonstelling vergezeld gaat van een apologie, maar op pagina 12 van de catalogus bij Gauguin, Bonnard, Denis - Een Russische liefde voor Franse kunst, een expositie over kunstenaarsgroep Les Nabis en tijdgenoten, tref je er een, een heuse: 'Voor een overgangsperiode als deze', schrijft gastconservator Albert Kostenevich, 'is het lastig een evenwichtige collectie op te bouwen van hoog niveau. De verhoudingen waren niet erg duidelijk, de artistieke oriëntatiepunten vaag en het aantal grote namen gering.'

Vrij vertaald: u bent welkom, maar verwacht niet te veel. Vooral geen duidelijkheid.

Nu is het ook geen makkelijk onderwerp, Les Nabis (Hebreeuws voor 'profeten'): meer dan een coherente groep vormden ze de behoefte aan een coherente groep. Er zijn namen, Denis, Bonnard, Valloton, Vuillard, Helleu, Roussel; er is een jaar van oprichting, 1890; er is een gedeelde opleiding, Académie Julian, en ja, de deelnemers droegen baarden, waren Joods en hadden allemaal een broertje dood aan het impressionisme, maar verder is er vooral veel niet.

Geen duidelijk programma, geen ondertekende manifesten, geen lijst van groepsexposities, geen kunstenaars die én naam maakten én een prominente plek binnen het geheel innamen. Bovenal: geen gedeelde stijl. Les Nabis waren een kruiwagen gevuld met kikkers.

De gemene deler was een voorliefde voor het decoratieve. Les Nabis schilderden landschappen, tuinscènes, bloemenmeisjes. En dat deden ze zónder de klassieke illusionistische karakteristieken (mimesis, diepte, schaduw) maar mét een moderne signatuur: plat, vlak, schematisch, hallucinant soms. Werk 'over het schilderen zelf' heet dat in hedendaags museumfolderjargon.

De groep was geen lang leven beschoren en de leden ontwikkelden zich verder. 'De vooruitgang was niet meer te stoppen', schreef Pierre Bonnard, de beste schilder van de groep, 'de samenleving maakte zich op om het kubisme en het surrealisme te verwelkomen, nog voordat wij ons doel hadden bereikt. Wij zijn als het ware in de lucht blijven hangen.' Laat dat 'als het ware' maar weg. Een enkeling daargelaten hangen ze er nog steeds.

De Hermitage Amsterdam brengt dit raadselachtige gezelschap nu in haar najaarstentoonstelling, en daar zitten mooie dingen tussen. Een fruitige Gauguin, een indrukwekkend drieluik van Bonnard, een handvol magnifieke natuurstukken van symbolisten Guilloux, Maglin en Auburtin - de stiekeme uitblinkers van deze tentoonstelling, maar over de hele linie is het project teleurstellend. Er zijn misstappen. Men laat steken vallen. De pr-campagne is misleidend, de tekstbordjes zijn vaag en knullig, de achtergrondgeluiden van vogeltjes en zingende monniken bij de schilderijen een bron van irritatie, maar de werkelijke pijn zit hem in de selectie die zijn weg van St.-Petersburg naar Amsterdam vond, een van de mindere sinds de opening van het museum in 2009: vrijblijvend, off topic vaak (Steinlen? Rodin?), zuinig met zwaargewichten, maar bijzonder gul in de zwakkere broeders.

Maurice Denis, bijvoorbeeld. De theoreticus van de groep. Hij is vooral beroemd om zijn uitspraak dat een schilderij voor alles een plat vlak is overdekt met kleuren, een quote die in catalogi wordt aangehaald als een toonbeeld van diepzinnigheid, maar die tamelijk obvious is. Ik bedoel: is er ooit iemand geweest die dacht dat een schilderij geen plat vlak was? Die geschilderde vrouwen met echte vrouwen verwarde? Die de Hermitage binnenliep, een naakt op doek zag, en dacht: deze vrouw is plat, klein, bobbelig en van verf en dat is raar, dat klopt niet?

U hoeft niet te antwoorden. Schilderijen bieden illusies en kijkers weten dat, het is de reden dát ze kijken, en dus kunnen we aan dat beroemde citaat beter geen woorden meer verspillen, en ons vanaf nu met onbevangen blik op Denis' werk richten.

Voorwaar.

Dat werk valt in twee groepen uiteen. De eerste vindt haar belichaming in Amor en Psyche (1907-1909), een programmatische reeks classicistische schilderijen, oorspronkelijk gemaakt voor het woonhuis van de verzamelaar Ivan Morozov, maar nu te zien in Amsterdam, waarvoor hulde. Een serie die me om de een of andere reden aan een softpornofilm uit de jaren zeventig doet denken: jolijt aan de waterkant, gedoe met bloemenkransen en poezelige meisjes, veel roze, veel marsepein - liefhebbers van de zoetere kitsch kunnen hier hun lol op.

De tweede groep bestaat uit religieuze, semi-abstracte doeken - 'het schilderen zelf' - met Bijbelse figuren: Jezus, Maria, Martha, Elisabeth enzovoort. Denis maakte er veel en hier zijn ze ruim vertegenwoordigd. En er is weinig aan. Zoals Martha en Maria uit 1896. Het toont drie figuren aan een tafel met een miskelk, op de achtergrond een rivier met boompjes en iets wat lijkt op een waterput, maar de ambitie is niet narratief, eerder decoratief, symbolisch.

Dat wordt niet waargemaakt. De kleuren zijn flets, de opbouw willekeurig, er is geen herhaling, geen ritme, wat mystiek moet zijn oogt non-descript, wat gestileerd, onaf. Als je het tegenkomt, daar in de rondgang van het museum aan de Amstel, dan frons je even en loop je vervolgens door. En als je er in de catalogus over moet schrijven, dan kun je je zomaar gaan verontschuldigen.

Publiek trekken

Natuurlijk, musea moeten publiek trekken, en het staat ze vrij reclame te maken, maar weinig musea opereren daarbij zo dicht op de grens van het onbetamelijke als de Hermitage. Vorig jaar promootte men een tentoonstelling over het impressionisme, die in de praktijk vooral uit tijdgenoten bestond. Nu hebben ze Gauguin als publiekstrekker, die met drie werken slechts een marginale rol speelt. De logische volgende stap is een expositie aan de man te brengen met een kunstenaar die geheel ontbreekt. Dat zal een heugelijke dag zijn. Voor de afdeling pr.