Joris Ivens en de werkelijkheid

TEGEN HET EINDE van zijn biografie van Joris Ivens beschrijft Hans Schoots een persbijeenkomst in het Amsterdamse Filmmuseum, oktober 1971....

Daarna schildert hij in een geestdriftig betoog een zonovergoten beeld van Mao's paradijs op aarde. En Schoots citeert vervolgens een der aanwezige verslaggevers, die daags daarna in zijn krant schreef: 'Ivens' gehoor was, zoals altijd in Nederland, onveranderd aandachtig, en op het eerste gezicht ook zeer gelovig. Dat is erg bedrieglijk voor de man, want in de pauze en na afloop hoor je steevast veel van zijn luisteraars een andere toon aanslaan dan in het contact met hem. De overweging dat Ivens een aardige man is en een persoonlijkheid en niet zo jong meer, weerhoudt kennelijk velen ervan diezelfde kritische openhartigheid te betrachten in de directe confrontatie.'Zoals je aan een lieve bejaarde christen meestal ook niet vraagt hoe hij in 's hemelsnaam kan denken dat god bestaat.Die observatie uit 1971 kan voor een deel het verschijnsel verklaren dat de laatste jaren steeds vaker en scherper aan de orde is gesteld: het respect voor of zelfs de verering van een man wiens oeuvre voor meer dan de helft in dienst heeft gestaan van moordzuchtige, totalitaire regimes.Maar het feit dat Ivens zo beminnelijk en zo markant en zo kras bleef, was natuurlijk niet de enige verklaring. Iedereen wist anno 1971 wel zo'n beetje dat Heldenlied (1933) pure stalinistische propaganda was geweest, en dat hij tussen 1949 en 1955 de reclamemaker had willen zijn van dubieuze zetbazen in Bulgarije, Polen en de DDR, maar het aantal Nederlanders dat die films ooit had gezien was toen, en is nog altijd, op de vingers van een paar handen te tellen.Voor de cinefiel was Ivens ook jaren na dato nog de kunstenaar van De brug, van Regen, van Zuiderzee of van het poëtische La Seine a rencontré Paris. En voor wie geïnteresseerd was in zijn 'boodschappen' zou hij nooit ophouden de regisseur te zijn van Spaanse Aarde, van Indonesia Calling en van een aantal films uit Vietnam, aan de deugdelijke intentie waarvan door weinigen werd getwijfeld.Het begrip 'politiek correct' dringt zich op, kwistig gebruikt als het is door Ivens' vijanden die hem met hun keurmerk in de hand niet beter (of zelfs slechter) achtten dan Leni Riefenstahl, maar ook door zijn trouwe paladijnen die hem door dik en dun bleven koesteren als de eeuwige strijder tegen onrecht en dictatuur.Maar de werkelijkheid is gewoonlijk een stuk ingewikkelder dan met zo'n halfbakken lakmoesproef kan worden gemeten. In het politiek smetteloze gezelschap van Ernest Hemingway, Lillian Hellman, John Dos Passos en Martha Gelhorn (en met de steun van even onbesproken geestverwanten als Jean Renoir, Luis Buñuel en Antoine Saint-Exupéry) stond Ivens in Spanje met zijn camera op de barricaden tegen het fascisme. Maar in de bloedige richtingenstrijd binnen het Republikeinse kamp tussen stalinisten aan de ene en anarchisten aan de andere kant, koos hij blind voor de officiële Sovjet-lijn, en verloochende hij zonder pardon zijn vroegere Spaanse vriend José Robles, die als zoveel andere oprechte democraten (het was ook George Orwell bijna overkomen) door de communisten werd geliquideerd, en die voortaan ook door z'n oude Nederlandse kameraad werd aangeduid als een 'verrader' - wat toch enigszins een schaduw werpt op de correctheid van zijn bijval voor de goede zaak.De werkelijkheid en meer speciaal de merkwaardige relatie tussen die werkelijkheid en Joris Ivens vormen de rode draad in het voortreffelijke boek dat Hans Schoots aan de in 1989 overleden filmmaker heeft gewijd. Zijn biografie voldoet allereerst aan de elementaire eisen van het genre: op het punt van feitelijkheid, zorgvuldigheid en verheldering laat het niets te wensen over. We leren dat Ivens al vroeg in de jaren dertig (1931 om precies te zijn) lid werd van de Communistische Partij Holland (de latere CPN), zonder overigens ooit een echte activist, laat staan lid van een 'cel' te worden. Voor zover je daarvan kunt spreken genoot hij meer de lusten dan dat hij de lasten droeg van z'n keuze, en dat is in zekere zin typerend voor de wijze waarop hij z'n leven lang met z'n persoonlijke, artistieke en politieke voorkeuren is omgesprongen: z'n geëngageerdheid bleef altijd beperkt binnen de door hemzelf getrokken grenzen. Martha Gelhorn was het in 1936 al opgevallen dat hij niet op een communist leek, 'omdat hij niet de Messias uithing en je niet probeerde te overtuigen.'Leerzaam is ook Schoots' nauwkeurige reconstructie van de 'paspoort-affaire'. Ivens heeft altijd volgehouden - en moet er ten slotte zelf van overtuigd zijn geraakt - dat hem na de oorlog tien jaar lang een paspoort is onthouden, dat hij daardoor verplicht is geweest in Oost-Europa te blijven en al die tijd nauwelijks heeft kunnen reizen. 'Drie verwijten', schrijft Schoots, 'die hij de Nederlandse overheid zo lang voor de voeten bleef gooien dat deze er zelf in begon te geloven' - wat de toenmalige minister van Cultuur, Brinkman, er in 1985 toe bracht in boetekleed naar Parijs te vliegen om de verloren zoon daar in ondubbelzinnige terma de excuses namens het vaderland aan te bieden.Intussen toont de biograaf overtuigend aan dat Ivens in die tien jaar weliswaar door Buitenlandse Zaken is 'getreiterd' met de verplichting om op gezette tijden zijn paspoort bij een ambassade of consulaat te laten verlengen, maar dat hij in die periode talloze bezoeken heeft gebracht aan Frankrijk, Italië, België, Zweden en Oostenrijk, en dus allerminst als een soort gevangene op het oostblok was aangewezen.Heeft het liegen mogen heten, of waren er gecompliceerdere psychologische processen aan de orde die in hun uitwerking misschien op hetzelfde neerkomen, maar die we gewend zijn anders te benoemen?Wat Ivens voor de werkelijkheid aanzag is een vraag die impliciet voortdurend in de biografie opduikt. Was hij zich in Magnitogorsk anno 1933 bewust van wat zich in het land van Stalin ontwikkelde, of had hij toen al het uitzonderlijke talent ontwikkeld alleen te zien en te horen wat hem welgevallig was? Veel van zijn Russische vrienden en collega's werden in de late jaren dertig het slachtoffer (of bijna het slachtoffer: Eisenstein bijvoorbeeld) van Stalins grote zuiveringen. Was de 'totalitaire verleiding' zo oppermachtig dat er geen waarschuwingssignalen tot hem konden doordringen? Of wilde hij tegen elke prijs een (gewetens)conflict uit de weg gaan, zoals hij in z'n verhouding met vrienden en vooral vrouwen - vijf huwelijken, ontelbaar veel vrijages - altijd z'n koffers pakte om confrontaties te vermijden?Als Schoots nog eens heeft opgesomd hoe vaak Ivens, ook als het om naaste familie ging, onaangename ontmoetingen heeft ontweken door het vliegtuig te nemen, concludeert hij: 'Zo verwijderde hij zich met zijn reizen in zekere zin van de realiteit in plaats van er dichterbij te komen.'Als documentair cineast had Ivens uiteraard een specifieke relatie met de werkelijkheid. Daarbij is de wat academische vraag in hoeverre hij het 'morele' recht had om de werkelijkheid zo nu en dan te regisseren - bekend voorbeeld: de stakingsoptocht in Borinage, die hij heeft laten naspelen toen hij voor de echte een week te laat bleek - alleen in zoverre interessant dat hij van jongsaf aan speelfilmdromen heeft gekoesterd. Maar de utopie van een Vliegende Hollander is nooit verwezenlijkt, en z'n enige gooi in de richting (Tijl Uilenspiegel, 1956, maar die is ten slotte op naam gebleven van Gérard Philipe) was een mislukking.Maar al vroeg had hij zich bekeerd tot het socialistisch realisme dat de werkelijkheid niet wilde onderzoeken, maar maken, en op gezag van het Moskouse schrijverscongres van 1934 veroordeelde hij het werk van Joyce en Dos Passos als 'verscheurende kunst' waarin de werkelijkheid als chaos werd voorgesteld. 'Een voor Joris Ivens beangstigende gedachte', schrijft Schoots.Zijn behoefte aan het communisme kan wat dat betreft zoiets als een levensbehoefte zijn geweest. In de interpretatie van zijn biograaf: 'Waren het vroeger zijn ouders geweest die vol liefde zijn leven voor hem uitstippelden en daarvoor onderschikking aan het familiebelang verwachtten, nu waren het de partij en de arbeidersklasse die deze rol vervulden. Hij kreeg er een gevoel van geborgenheid voor terug, de ervaring ergens bij te horen, een denkkader waarin de wereld geruststellend werd verklaard.' Hij had aan twijfel even veel hekel als aan tekenen van disharmonie - in dat opzicht was hij als het ware een geboren gelovige.Dat verklaart ook z'n lange vasthouden aan het stalinisme - van Chroesjtsjov moest hij niets hebben, en de destalinisatie heeft hij nog jaren geprobeerd te negeren - èn de intense blijdschap toen hij, eenmaal toch afvallig geworden van het Sovjet-communisme, het China van Mao dacht te kunnen omhelzen als het nieuwe, het ware Beloofde Land. 'De leiding in China', verzekerde hij een interviewer in 1971, 'heeft nooit mensen laten executeren om politieke redenen.'De hartstocht waarmee hij in de jaren dertig deel wilde uitmaken van 'een generatie die de voorhoede van de wereldrevolutie vormde', maakte het noodzakelijk dat hij zich des te radicaler afzette tegen het milieu waaruit hij was voortgekomen. Hij was in 1934 een gerespecteerde Nederlandse filmer, had aan opdrachten (Philips!) geen gebrek, hoefde niet te vrezen dat hem een strobreed in de weg zou worden gelegd, maar niettemin zei hij in een toespraak tot Russische kunstenaars dat hij als Nederlander helaas niet kon uitbeelden wat hij zag, 'omdat hij dan ogenblikkelijk het land zou worden uitgegooid' - en waarschijnlijk geloofde hij dat zelf even gretig als zijn Russische luisteraars.Saillant, en ook een beetje tragisch, is de anekdote waarin geloof, gehoorzaamheid en dwang samenkomen. In 1949 werd hij door de Bulgaarse autoriteiten op de vingers getikt omdat hij in De eerste jaren de bevalling had gefilmd van een eenvoudige vrouw in een eenvoudig boerenhuis. Dat kon niet, meende men, want overal waren geboorteklinieken. En op Ivens' tegenwerping dat hij die in de door hem gekozen provincie nergens had gezien, riposteerden de functionarissen: 'U moet de toekomst filmen, dàt is de realiteit.'In de archieven heeft Schoots ten slotte nog iets gevonden dat mij (letterlijk) persoonlijk trof. Voor de VPRO zag ik - in gezelschap van Hans Keller en Roelof Kiers - in 1978 de voltooide versie van het acht of negen uur durende epos Hoe Yukong de bergen verzette, dat wij eventueel wel wilden uitzenden. Het waren geen vrolijke viewing-uren, en de volgende dag besteeg ik enigszins bedremmeld de trappen in rue de St Père om Joris - als altijd in die tijd geflankeerd door Marceline Loridan: de ernstigste 'weduwe' in een rijke traditie - te laten weten dat we hooguit in fragmenten, maar in geen geval in een integrale uitzending geïnteresseerd waren. Met Marceline kreeg ik bijna ruzie - Joris hield zich met een half lachje afzijdig en wilde me, toen zijn gezellin even de kamer uit was, wel toevertrouwen dat hij goed kon begrijpen dat acht uur China voor de nietige VPRO iets te veel van het goede was.Maar kort daarna blijkt hij aan een Nederlandse vriendin te hebben geschreven: 'Of (de film) in Nederland zo'n succes zal hebben als in andere landen, weet ik niet. We zullen wel zien. In ieder geval zal meneer Blokker zijn vulgariteiten in de Volkskrant schrijven.'Ik zal het hem postuum niet nadragen. Ik heb die persbijeenkomst van oktober 1971 in het Amsterdamse Filmmuseum niet bijgewoond, maar ook ik zou waarschijnlijk nooit in z'n gezicht hebben gezegd wat ik van z'n rare tomaten vond. Dus ook door mij - zoals door duizenden en duizenden in z'n leven - zou hij in dat opzicht bedrogen zijn. En m'n troost is dat hij, als het om vitale zaken ging, ook z'n hele leven lang graag bedrogen heeft willen worden.Een mooie biografie, waarin voorlopig alle laatste woorden over Ivens gezegd lijken te zijn. Jammer alleen van de titel. Los van de wat mussoliniaanse associaties die Gevaarlijk leven oproept - het fascinerende aan wat Schoots heeft onderzocht, geordend en geanalyseerd, lijkt me nou juist de paradox van een revolutionair die alle gevaar altijd consequent heeft weten te ontlopen; een 'glamourboy van de revolutie', zoals ze hem in de oorlog in Hollywood liefkozend noemden.Hans Schoots: Gevaarlijk leven - Een biografie van Joris Ivens.Jan Mets; ¿ 69,50.ISBN 90 5330 162 3.