Iets te veel samenwerking

Wat hebben een gekopieerde brief van Marilyn Monroe en Japanse bondageseks met elkaar van doen? De expositie Surplus Authors van Witte de With-directrice Defne Ayas zegt dat het over samenwerking gaat, in tijden van crisis en bezuiniging. Ambitieus en actueel, dat wel, maar de rode draad is daarmee voor het publiek nog niet te volgen.

Surplus Authors

Witte de With, Rotterdam, tot 28 oktober.

Surplus Authors, de derde tentoonstelling van de nieuwe directrice van Witte de With, Defne Ayas, gaat over samenwerking. De expositie, meldt de introductietekst, brengt 'kunstenaars bij elkaar wiens getoonde werken een aantal breuklijnen volgen die de onderbelichte kanten van samenwerking blootleggen.' In dit geval de schaduwzijde, daar waar water bij de wijn wordt gedaan, zeg, Catshuisachtige koehandel.

Daarmee hebben de makers ontegenzeggelijk een actueel thema te pakken. De crisis en de daarbij behorende bezuinigingen grijpen om zich heen; kunstenaars en instituten worden gedwongen de handen ineen te slaan; het recentelijke gedoe rond de ophanden zijnde fusie tussen de Rijksakademie en De Ateliers bewijst dat dat niet altijd even soepel verloopt. Strijd, strubbelingen, irritatie: ook dat is samenwerking. Alleen: hoe verbeeld je zoiets in een expositie?

Ayas ging onlangs een samenwerkingsverband aan met museum Boijmans Van Beuningen, politiek-cultureel centrum de Unie in Rotterdam en kunstruimte De Appel in Amsterdam. Samen met gastcurator Philippe Pirotte werd een gevarieerd internationaal ensemble bijeengebracht van fotografie, collage, sculptuur, video, afkomstig uit Turkije, Joegoslavië, Frankrijk en de VS.

De expositie opent met een wandvullende foto van drie kerels in een landschap. Ze zijn naakt. Hun huid is blauw. Het is de lowbudget-pornovariant van de film Avatar; nee, geintje, maar het zit er niet ver vanaf: Bronson en Brewer, de makers, schoten het beeld op Fire Island, Long Island, een populair jachtgebied voor cruisende homoseksuelen. Volgen: twee speakers waaruit staccato tekstflarden klinken, van kunstenaar Oscar Tuazon; een documentaire over Japanse bondageseks, Hito Steyerl; een film van een schaduwboksende Wu-Tang-strijder; een oriëntalistisch Laurel and Hardy-achtig filmpje (Michael Blum & Damir Niksic); kleedjes met kunststof ballen, van Falke Pisano & Ana Roldán. Ook hangt er een met de hand overgeschreven brief van Marilyn Monroe, en de analyses daarvan door een grafoloog, Alicja Kwade.

Daar, denk ik, raakte ik de draad kwijt.

Surplus Authors toont mooi hoe een in potentie aardig idee - samenwerking en haar conflictueuze kant - uiteindelijk verzandt in volstrekte nietszeggendheid. Hier zijn twee redenen voor. Eén: Ayas' en Pirottes selectie, die willekeurig en onsamenhangend oogt; nooit wordt het geheel meer dan de som der delen. En twee: het gebruik van het begrip 'samenwerking'. Dat gebruik is zeer gemakzuchtig.

Neem het foto-drieluik van Chris Curreri en Luis Jacob, The Thing. Je ziet een man op een matras. Hij draagt een glimmend sm-pak. Gezicht, handen, vingers zijn onherkenbaar, het lijkt op de boosaardige robot in Terminator II. Is sm samenwerking? Is een vent in een eng pak samenwerking?

Belangrijker misschien: bestaat er werkelijk een verband tussen het enge pak en die documentaire over een Egyptisch vastgoedimperium; dat oersaaie filmverslag van een symposium voor jonge curatoren, dat geinige slapstickfilmpje over oriëntalistische Oost-Westclichés'? Surplus Authors brengt dingen onder één vlag die in wezen weinig met elkaar van doen hebben. Een gemiste kans. Jammer.