Het fietsenrek krijgt nieuwe tanden

Als eind dit jaar Masterplan Fiets ophoudt, moet ook 'fietsparkeren' goed zijn geregeld. De automobilist valt alleen uit de auto te lokken, als hij zeker weet dat zijn fiets niet wordt gestolen....

De beste plek om je fiets vast te ketenen, is een oeroude en onverwoestbare, de brugleuning. Er zit één nadeel aan: een eigenaar in kennelijke staat of met bevroren handen loopt de kans zijn sleutel in het grachtwater te zien verdwijnen. Voor steden zonder bruggen biedt de zogeheten aanleunstang uitkomst. Uit een gebruikersonderzoek dat de fietsersbond ENFB in 1993 uitvoerde, kwam dit fietsparkeersysteem als beste uit de bus. Makkelijk te gebruiken en geschikt voor alle sloten. Er kleeft echter opnieuw een bezwaar aan. Deze hekken nemen zoveel ruimte in, dat bij een groot aanbod van rijwielen onoverzichtelijkheid dreigt.En onoverzichtelijkheid, daar houdt het moderne gemeentebestuur niet van. De stoepen moeten schoon zijn, het winkelcentrum onbelemmerd en het stationsplein obstakelvrij. De gemeenten mogen de afgelopen tien jaar de auto's zoveel mogelijk uit hun binnensteden hebben geweerd, in ruil daarvoor hebben ze een hoeveelheid fiets teruggekregen waarop stallingen en rekken niet berekend bleken. De gevolgen zijn dagelijks zichtbaar: geen station of winkelcentrum is te bereiken zonder een slalom tussen vervoermiddelen die rijp zijn voor de schroot. Want een uitgekiende fietser piekert er niet over een kostbare mountainbike in het openbaar te stallen - dat staat gelijk aan de goden verzoeken - en valt daarom terug op een barrel. De nog uitgekiendere weigert zelfs de lekke band van dat barrel te laten repareren als aanschaf van een tiendehandsje bij een junk (straatwaarde om en nabij de vijftien gulden) goedkoper blijkt.Toen de gemeente Leiden vorig jaar bij de opening van de fietsenstalling in het nieuwe station de eigenaren verzocht hun gestalde exemplaren van het plein te verwijderen, bleek dertig procent daarvan verweesd. Res relicti van fietsers die alweer op een volgend geval doorpeddelen. Ondertussen bezetten de afdankertjes wel de stallingscapaciteit.De overheid poogt de automobilist met een offensief onder de naam Masterplan Fiets sinds 1990 uit zijn wagen te lokken. Maar het valt niet mee, erkent projectleider Herman Weijers. De doelstelling van 30 procent 'overstappers' wordt niet gehaald en was waarschijnlijk te hoog gegrepen, zegt Weijers. De finish is in zicht: eind 1996 wordt er een punt gezet achter Masterplan Fiets. Dat Masterplan behelsde niet alleen de aanleg van fietspaden en een onderzoek naar fietsgedrag (waarvoor het ministerie van Verkeer en Waterstaat per jaar enkele miljoenen guldens uittrok), allengs verschoof de aandacht naar het stallingsprobleem. Wil de automobilist gaan fietsen, zo toonden de onderzoeken aan, dan moet hij er zeker van zijn dat zijn rijwiel niet wordt gestolen. Want tussen stalling en diefstal zit vaak maar één zwakke las.André Guit, die een adviesbureau voor fietsparkeren runt, wijt de lankmoedigheid van de overheid aan de volgende factoren: 'De fiets heeft nog steeds te weinig aanzien. Ruimtelijke Ordening denkt de fietser liever weg en bij de stations zijn de stallingen te klein of te ver weg gelegen. Goede rekken of klemmen zijn schaars. Er is verder gebrek aan kennis bij veel lagere overheden. Rest het probleem van beheer en exploitatie: een gewone stalling rendeert alleen in combinatie met een repareer- en winkelvoorziening.'Tot dat inzicht zijn ook de Nederlandse Spoorwegen gekomen, die op enkele stations nu gecombineerde rijwielshops hebben ingericht. Een van de meest innovatieve in dat opzicht is de stalling bij Amsterdam RAI waar de fietser/treinreiziger ook buiten openingstijd terecht kan. Met een pasje verschaft hij zichzelf toegang tot een aparte afdeling die met een videocamera wordt bewaakt.Terwijl tien jaar geleden fietsendiefstal door de samenwerkende ministeries vooral werd afgedaan als een opsporingsvraagstuk, wordt het tegenwoordig vooral beschouwd als hèt beletsel voor de mobiliteit. Zolang de fiets niet veilig is blijft de auto heer en meester in het verkeer. Er is de overheid daarom veel aan gelegen de fietsendieven te ontmoedigen. Luud Schimmelpenninck heeft het afgelopen jaar op het gigantische terrein van de bloemenveiling Aalsmeer een 'open systeem' kunnen beproeven, werknemers die net als bij supermarkt-karretjes, met een muntstuk een rijwiel ontsluiten en daarmee naar een volgende bestemming kunnen koersen.Het verliep niet vlekkeloos. Schimmelpenninck: 'Om te beginnen was het terrein niet afgesloten, zoals ik had gedacht. Ik kreeg een visioen van fietsen die dank zij hun brede banden voor kwekers heel aanlokkelijk waren om ermee over hun rozenvelden te rijden. En wie controleert die in- en uitrijdende trucks?' Toch is het experiment niet gedoemd te mislukken. Als TNO het verbeterde procédé goedkeurt, kan nog dit jaar in Amsterdam een pool van huurfietsen gaan draaien, die werkt op basis van de chipcard.De gebruiker ontgrendelt de fiets met zijn kaart - die tevens de identiteit registreert en het huurbedrag in rekening brengt - waarna hij alleen nog de plaats van bestemming moet intoetsen. Voor het woon-werkverkeer is een dergelijk circuit niet geschikt, denkt Schimmelpenninck. Maar op kleinere schaal kan het uitkomst bieden: voor de automobilist die van zijn geparkeerde auto naar de binnenstad wil trappen of voor de wijkbewoner die te ver vanaf het openbaar vervoer zit.Van de fietsen wordt 50 procent gestolen bij de woning. Dat is bij de gemeente Utrecht de overweging geweest om in de wijken uit het begin van deze eeuw voorzieningen te bedenken. De Vogelenbuurt is in korte tijd uitgegroeid tot een pelgrimsoord voor bestuurders en ontwerpers die kennis willen nemen van zulke nouvautés als fietsentrommels, buurtstallingen en rekken met aanbindbeugels. Er is plaats voor vijf rijwielen in zo'n trommel - huurprijs vijftien gulden per maand - waarvoor een autoparkeerplek is opgeofferd. Weijers van Masterplan Fiets stelt vast dat de stallingen resultaat hebben gehad: de fietsers hebben het aangedurfd duurdere en dus veiliger modellen aan te schaffen.De vraag of de openbare weg, die toch al wordt bevolkt door papier- en glasbakken, ook nog een fietstrommel kan verdragen, wordt in de praktijk gelogenstraft. De kunststof trommels vallen nauwelijks op in de Utrechtse straten; je zou ze op een afstand zelfs voor een geparkeerde auto kunnen houden. Het experiment is zo aangeslagen dat Utrecht de waaiervormige modellen ook in andere oude wijken gaat neerzetten, waar de burgers tot dusver gedwongen zijn hun fiets in het trapportaal te hijsen, omdat een 'achterom' ontbreekt.Projectleider Freerk Veldkamp bedacht het 'Pamper-model': mini, midi, maxi. 'Mini, dat zijn de rekken met aanbindstang, maxi de inpandige buurtstallingen, en midi is de trommel voor de deur. Want de ervaring leert dat mensen hun vervoerskeuze bij de voordeur maken; en omdat daar meestal de auto staat, nemen ze die. Je moet dus een alternatief bieden dat de openbare weg niet te veel belast.' Een fabrikant bleek zo'n doos met schuif op de markt te brengen. Nu er meer en andere modellen leverbaar zijn, is het ook mogelijk de investeringskosten per fiets te verlagen; een gemiddelde fietstrommel met ruimte voor vijf exemplaren kost de gemeente Utrecht 7500 gulden.Voor Utret maakt het fietsparkeren deel uit van een 'geïntegreerd mobiliteitsplan'. Wethouder Hugo van der Steenhoven (Verkeer en Milieu) somt op met welke wapens de aanval op de auto wordt ingezet: een goedkope buskaart op koopavond en zaterdag, de gratis winkel-express vanaf stadion Galgenwaard, een city-taxi die de consument voor zes gulden thuis of voor de winkel afzet en een actief fietsbeleid. Net nu het systeem goed begint te lopen, houdt het ministerie ermee op. De wethouder: 'Ik ben bang dat het fietsbeleid hierna inzakt. Het rijk zou de gemeenten instrumenten moeten blijven geven; de overheid onderkent nog niet goed genoeg dat de fiets een rol speelt bij de mobiliteit.'Vier jaar geeft Van der Steenhoven zichzelf nog om een sluitend alternatief vervoersnet aan te leggen, inclusief een beheerde mammoetstalling bij winkelcentrum Hoog Catharijne. De toekomst is aan de chipcard, waarmee de fietser tot elke stalling kan doordringen, waarbij de gemeente niet afhankelijk is van een - dure - beheerder. Desalniettemin heeft de gemeente al acht banenpoolers kunnen inzetten bij bewaakte U-stal's in het centrum.'Goed gestald staat netjes', zo verkoopt Utrecht zijn beleid aan de burgers. Net als de potentiële dief moet ook de sloddervos worden ontmoedigd. Door het jaar heen vormen de rekken en klemmen vaak een vangnet voor zwerfvuil, niet bepaald reclame voor de concurrent van de auto.Toch zitten de belanghebbenden niet stil. De fabrikanten van fietsrekken, - kluizen en aanverwante faciliteiten hebben zich op aandrang van het ministerie aaneengesloten en kunnen nu een beter produkt garanderen. Over enkele maanden komt het eerste handboek uit dat een staalkaart biedt van modellen, materialen en technieken. En dan moet op bescheiden schaal ook wel het eerste huurfietstraject van Schimmelpenninck in functie zijn. Freerk Veldkamp knielt neer bij een trommel in de Utrechtse Lijsterstraat, waar achter het beslagen raam twee geparkeerde rijwielen zijn te ontwaren. Hij wijst op twee 'ontwerpfouten', de vochtconcentratie in de trommel waardoor het venster beslaat, en het slot op de grond dat makkelijk ondergepoept kan worden.Maar dichtgevroren is de trommel niet.