Goede spelen, slechte spelen

Op 3 september 1994 begon Jan Joost Lindner met de rubriek Homo Ludens. Anderhalf jaar verdiepte hij zich in goede en slechte bord- en kaartspelen....

ANDERHALVE eeuw geleden betekende kaarten vooral kroegjool en flink gokken. De Frankfurter filosoof Arthur Schopenhauer moest er niets van hebben: 'Als mensen nergens meer over te denken hebben, kunnen ze hun geestelijke leegte met kaarten opvullen.' Echter, een kleine eeuw later dacht de Duitse schaakgrootmeester Friedrich Sämisch er heel anders over. Toen hij na een toernooipartij de kaarten opnam, sprak hij verheugd: 'Eindelijk een spel waarbij je moet nadenken.'Een eenvoudig lijkend kaartspel dat stevig nadenken vergt voordat een kloek besluit wordt genomen, is het Franse Tripoter (een titel die - in dit geval ten onrechte - naar de sfeer van konkelen, sjoemelen en het bepotelen van dames verwijst). Twee spelers tegen twee, en de partners mogen elkaars kaarten zien en onbegrensd (maar liever niet hoorbaar voor de vijand) overleggen. Bovendien weten zij de kaarten die de tegenstanders in totaal hebben, maar niet de onderlinge verdeling van hun handen.Uit een gewoon bridgespel worden vijf en lager verwijderd. Het spel wordt opgedeeld, dus ieder krijgt negen kaarten. En worden gewoon slagen gemaakt, zij het zonder troef. Maar eerst is er een heel korte biedronde. Het team dat niet heeft gedeeld, moet uit de gezamenlijke eigen handen opmaken of het gáát voor vijf van de negen slagen. Zo ja, dan komt de eerstvolgende van de tegenstanders uit. Past het eerste team, dan mag het tweede al of niet gáán voor vijf slagen. Past dit partnership ook, dan wordt opnieuw gegeven.De puntentelling is al even simpel. Wie gáát en vijf of meer slagen haalt, krijgt een punt. Wie de vijf slagen echter niet haalt, laat de vijand twee punten verdienen. Als een team alle negen slagen haalt, krijgt het drie punten.Niet bekendDit spel geeft Sämisch meer gelijk dan Schopenhauer. Het is aardig - mits niet te lang achter elkaar gespeeld - en vooral een uitstekende oefening voor kaartspelen waarbij slagen worden gemaakt. Dat zijn er veel èn de belangrijkste. Ludofielen, leert uw kinderen al vroeg Tripoteren.Anderhalf jaar heeft de rubriek Homo Ludens gespeeld in dit katern. Francisco van Jole doolde elke veertien dagen onverschrokken in de onheilszwangere werelden van de computerspelen. Zelf mocht ik het overzichtelijker lijkende (maar toch onbegrensde) terrein van de bord- en kaartspelen doorkruisen. Ook, en soms bijna schaamteloos, subjectief. Dat gold niet alleen de selectie, maar ook de waardering van elk spel. Een aantal speelzuchtigen in mijn omgeving diende met opmerkelijke lankmoedigheid als proefkonijn, tevens sparringpartner(s), voor telkens weer andere spelen. Het was vaak geestverruimend.Toen eenmaal besloten was rond deze tijd te stoppen met de rubriek, moest ik nog scherp selecteren. Een vagelijk geplande aflevering over Toepen, Zwikken en Rikken viel over de rand. Overigens is het veelzijdige Rikken - waarvan ik in mijn jeugd veel over het kaartspel leerde - in diverse overzichtsboeken te vinden, terwijl een kranterubriek te klein zou zijn voor de spelregels.Reversi en Miezemauzen (een grappig in twee versies te spelen kaartspel) bleven eveneens onbesproken. Alzo het trio Twixt/Hex/Connections. Bijna niemand speelt nog Pandoeren, Bezique of Nappen, terwijl ook tal van voorlopers van het huidige klaverjassen vrijwel vergeten zijn. Ik kreeg de indruk dat het op deze manier verdwijnen van bord- en kaartspelen vrij hard gaat, mede doordat computerspelen en andere vormen van vrijetijdsbesteding het spelen in huiselijk verband verdringen. Hopelijk draagt de serie bij tot enig behoud, al was dat niet de bedoeling.Goede spelen bevatten evolutie en daarbij enig tempo. Ook zijn ze bijna altijd een combinatie van kunde (of behendigheid) en toeval. De overwinning moet aan eigen 'briljantie' gewijd kunnen worden en de nederlaag uiteraard aan pech, om een Amerikaans/Italiaanse Domino-goeroe te variëren. Ik ken schaak- en bridgespelers die juist in het op die wijze interpreteren van hun resultaten, hun grootste hoogte hebben bereikt.Bij de denksporten is de geluksfactor - een zekere wispelturigheid - nooit weg te poetsen. Bridgers verdoezelen, naar het ware woord van Jan Hein Donner, hun verwantschap met de pokeraars. Ogenschijnlijke mazzelspelen als Monopoly, Acquire, Hotel, Backgammon en veel kaart- en dobbelspelen zullen op den duur vaker gewonnen worden door de meer bedrevene of degene die zich het best concentreert.Goede spelen mogen niet te gemakkelijk zijn. Wat dat betreft, heb ik me in toenemende mate verbaasd over de fabrikanten. Gelijk de meeste tv-programmamakers lijken ze vooral met een mercantiel oog te mikken op acht- tot twaalfjarigen en partieel geesteszwakken, wellicht in de plausibele veronderstelling dat dommeriken eerder vallen voor dure glansdozen.Schaakgrootmeester Hans Ree heeft het vermoeden uitgesproken dat als het schaakspel nu werd uitgevonden, het geen producent zou vinden. Te moeilijk meneer, en het duurt te lang. Met soortgelijke argumenten werden voor de oorlog Monopoly en Scrabble in de VS afgewezen door de eerste, toen nog grote, fabrikanten. Waarna kleinere en ruimer ziende bedrijven er heel groot mee werden.In de jaren zeventig vond ik zelf ook een nieuw spel uit, een combinatie van bestaande met nieuwe elementen. Ik speelde het met (wellicht te opgetogen) genoegen en besloot een globale beschrijving te zenden aan een hoofdstedelijke speelgoedfabrikant. Binnen twee weken kreeg ik een hondse brief terug, waarin op allerlei patenten werd gewezen en met de meest verschrikkelijke boetes werd gedreigd als ik het waagde mijn idee op de markt te brengen. Het verschafte een diep inzicht in de culturele verrijking door de vrije markt.In april van dit jaar werd door studenten voor het ondernemerschap zelf het spel Trick op de markt gebracht. 'Het nieuwste denkspel van Nederland', stond erbij, een streven dat het genoegen van de heer Schopenhauer zou hebben opgewekt. Het wijst op jong ontluikende ondernemingslust en het spel oogt inventief. 81 Kaarten bevatten een, twee of drie figuurtjes. Die zijn rond, driehoekig of vierkant en ook rood, blauw of groen. Bovendien hebben de figuurtjes een verschillende opvulling: ruitjes, schuin gearceerd of helemaal niks.De kaarten worden goed geschud (belangrijk) en een van de deelnemers draait er drie achter elkaar. Het gaat er nu om wie het eerst ziet, in een flits, of die drie een combinatie vormen. En wel: drie gelijke vormen of juist drie verschillende. Of drie gelijke kleuren ofwel alle drie apart. Of drie gelijkelijk ingevuld of juist alle drie anders. Of ten slotte drie gelijke aantallen ofwel één, twee en drie figuurtjes.Is een van deze mogelijke combinaties op tafel gelegd dan wint de eerste speler die 'Trick'! roept een punt. Die drie kaarten worden terzijde gelegd. Als iemand 'Trick' roept en de combinatie is er niet, dan krijgt die overhaaste onverlaat een punt minder en worden deze kaarten op een aparte stapel gelegd, die aan het eind geschud en opnieuw gebruikt wordt.Het lijkt hilarisch en de jonge ondernemers zij een grootse carrière in het Nederlands of mondiaal managerdom toegewenst. Maar hun spel Trick deugt niet - zo blijkt al bij de eerste speelronde - en verdient het eigenlijk niet om op deze knullige wijze uitgebracht te worden.Wie telkens de drie kaarten draait, is in het nadeel, zo blijkt al gauw. De anderen zijn sneller. Dit bezwaar is te ondervangen (in een aanvullende spelregel) door de deelnemers beurtelings tot niet-spelende spelleider, tevens arbiter te maken. Waarom een arbiter? Wegens bezwaar nummer twee tegen het spel: Wie bepaalt of de een een fractietje van een seconde eerder was dan een ander bij de schreeuwpartij? Dat bepaalt uiteindelijk de arbiter, die er overigens verstandiger aan doet eerst af te wachten of de spelers het samen al eens zijn. Zo kan het spel inderdaad gespeeld worden.Edoch, na enige oefening blijkt dat veel vaker wèl dan nìet de bedoelde combinaties op tafel verschijnen. Zo ontstaat bezwaar nummer drie tegen het spel: Wie altijd blindelings en als eerste 'Trick' roept, zal wel eens een punt verliezen maar meestal de winnaar zijn. Gevolg: iedereen begint altijd automatisch te brullen en dan is het wel een heel triviaal spelletje geworden.Hier is verbetering mogelijk. We roepen niet 'Trick' maar moeten de aard van de combinatie aanduiden. Dus 'Kleur' of 'Vorm' of 'Aantal' of 'Invulling'. Liefst met de arbiter erbij. Dit is nog te verfijnen door verplicht te stellen dat men ook 'zelfde' of 'verschillende' vooraf moet noemen. Dan moet wel afgesproken worden of degene die als eerste begint aan zijn uitroep, de winnaar is, of juist degene die deze voltooit. Pas na zulke verfijningen en aanvullingen (die de uitbrengers zelf hadden moeten verzinnen) begint Trick op een spel te lijken en dan nog niet eens zo'n daverend.Een kleine opmars, althans in de tv-reclame, maakte daarentegen een bekroond nieuw spel: Het Groot Van Dale Spel der Nederlandse Taal. Slim doordacht, heldere spelregels, goede uitvoering. Kortom professioneel, maar je moet ervan (gaan) houden. Het is een verbetering van Triviant, ook wat de diversiteit van moeilijkheidsgraden betreft.Alle te beantwoorden vragen gaan over spelling van woorden ofwel hun betekenis. Wat dat laatste betreft, is de hoogste categorie niet mis: Als u het woord bdellium opgegeven krijgt, mag u kiezen tussen de betekenissen: giftige plant, kosmetische oogdruppels of welriekende gom. Kans van één op drie. (Het is het laatste). Kende u luur (luier), cunette (uitgebaggerde slurf in een vestinggracht), kastoor (beverhaar), kwier (bevallig), fnazelen (rafelen) of gijl (gisting van vers bier)?Men komt alleen op zulke bijna zuurstofloze hoogte door eerst de gemakkelijker categorieën succesvol te doorschrijden. Didactisch dus erg verantwoord, maar daar beginnen dan ook mijn (subjectieve) bezwaren. Het twintigste vraagkaartje roept al fikse weerzin op. Wellicht hadden de bedenkers er beter aan gedaan allerlei taalcategorieën ineens in dit spel samen te brengen, in plaats van een geleidelijke aanvulling in de komende jaren.Voor alle bord- en kaartspelen geldt: experimenteer vrijelijk met spelregels. Zo kreeg ik een brief uit Amsterdam volgens welke in de eigen grootfamilie al heel lang moord en doodslag dreigde over een spelregel bij Scrabble. Een Oom Karel (klinkt naar een veilig pseudoniem) meende op grond van een ietwat zonderlinge interpretatie van de bijgeleverde spelregels dat de woordwaarde verviervoudigde wanneer het blanco blokje precies op het vak 2x woordwaarde komt. En verzesvoudigde op het rode vak van 3x woordwaarde. Het conflict hierover woedde al veertig jaren. Een familie van strijdlustige spelers.Nu lijkt het jammer om aan zo'n running gag een einde te maken. Maar ook de Scrabble-telling kan naar ieders smaak en voorkeur aangepast worden, want het spel is het rijk van de vrijheid waarbinnen democratie geldt. De vraag is of er bij aanvang een meerderheid is voor het 'Oom Karelse Scrabble'. En zo niet, of oom zich nog wel op z'n oude dag tot een meer triviale telling wil verlagen, in plaats van bijvoorbeeld een sappig wetboek open te slaan.De enige IJzeren Regel is dat alle deelnemers aan het begin van het spel weten welke regels gelden. Vaak zijn goede spelen nog iets beter aan de eigen smaak aan te passen. Het schuin gaan - maar niet slaan - bij Stratego maakt het spel bewegelijker en sneller: ruime winst. Het extra belonen van juist geraden slagen bij Oh Hell verbetert het spel ook duidelijk, omdat ondernemingslust profijtelijker wordt en veilig laag bieden minder.Bij Monopoly hoort het geld verdienen in de gevangenis er volgens mij niet bij. Acquire - de mooiste aanwinst onder de voor mij nieuwe spelen - verdiende enige verruiming van mogelijkheden. Bij Mah Jong heb ik (via via) een Japanse spelregel overgenomen dat de Mah Jong alleen geldt als er slechts één basiskleur op de je latje is. (Winden en draken mogen dus wel). Met Scotland Yard en met diverse vormen van Rummikub en Domino is naar hartelust te variëren. Het spel als onderzoeksgebied; het geeft een extra dimensie aan de bord- en kaartspelen.Op 3 september 1994 begon ik de rubriek Homo Ludens met het oude en vrijwel onbekende kaartspel Slobberhannes. Ik eindig nu met een kaartspel waarvan ik de naam niet eens weet. Ik leerde het van een Ghanees en enkele Nederlanders die het van een Nigeriaan kenden, die het weer overgenomen had van een in Amsterdam wonende Engelsman. Het werd - in West-Europa ongebruikelijk - tegen de klok in gespeeld, wat eerder op een oorsprong in China, India of het Midden-Oosten wijst.Minstens vier deelnemers, maar meer kan ook in welk geval er twee spellen nodig zijn. Boeren en heren verwijderen. De aas geldt als één. De vrouw is joker, wat in dit spel betekent dat het nog beneden de aas komt. Met zes deelnemers krijgt ieder acht kaarten gesloten in de hand en tweemaal twee kaarten voor zich, waarvan de bovenste open liggen. Met de rest van de stapel moeten deze kaarten steeds aangevuld worden. Tot de stapel op is, waarna het spel gewoon doorgaat.Het gaat er nu om al je kaarten kwijt te raken, maar ze moeten hetzelfde zijn als òf lager zijn dan die van de voorgaande speler. Het mogen er ook meer zijn, maar dan wel van gelijke hoogte. Op een negen volgen dus een of meer negens of een of meer van één lagere soort. Wie alleen hogere kaarten heeft dan de laatstgelegde, moet de hele stapel pakken en dan komt de volgende weer (liefst zo hoog mogelijk) uit.Wie echter een tien heeft - in de hand of openliggend - mag die op de stapel leggen, waarna die stapel geheel uit het spel wordt verwijderd. Wie dat doet, mag zelf opnieuw starten. Hetzelfde geldt als steeds weer dezelfde kaarten - bijvoorbeeld zessen - gelegd worden en iemand de zevende zes kan opleggen. Dan kan hij ook de hele stapel opzijleggen en weer beginnen. Overigens mogen de twee gesloten kaarten pas opengedraaid worden als ze gespeeld worden, een grappige regel die het spel verrassende wendingen kan geven. Vaak wordt ermee gegokt als de voorgaande speler vier of hoger heeft gelegd.Wie het eerst al zijn kaarten kwijt is - meestal door een tien te gebruiken en dan zijn laatste kaart open te leggen - krijgt nul punten. Het spel gaat door en de volgende die uit is, krijgt een strafpunt. Enzovoorts. Ook de laatste twee moeten het uitvechten, soms met een vette bundel kaarten in de hand.Een simpel spel (in geen boek te vinden), maar ludiek genoeg. Schopenhauer zou er met minachting op neerkijken, maar er zijn onprettiger manieren om je 'geestelijke leegte' op te vullen.De door Jan Joost Lindner geschreven afleveringen van de rubriek Homo Ludens verschijnen rond half februari in boekvorm. Het boekje, met de titel 'De spelletjesgek', wordt uitgegeven door de Volkskrant.