Chirurgie, zijn ze daar wel voor gebouwd?

Chirurgie is een machospecialisme. Toch zijn er vrouwen die zich in de operatie kamer weten te handhaven, vaak met hulp van partner, oppas en deeltijdbanen....

'Dit wordt de toekomst', verzuchtte de chirurg, tevens opleider van een groot ziekenhuis begin dit jaar. Hij keek neer op louter blonde vrouwen hoofden tijdens de eerste vergadering met nieuwe arts-assistenten.Inderdaad: meisjes willen massaal dok ter worden. Dit jaar is 70 procent van de nieuwe studenten geneeskunde vrouw. De kin der geneeskunde zal binnenkort nagenoeg uit vrouwen bestaan. Bij andere specialismen gaat de opmars niet zonder slag of stoot. Vooral bij chirurgie, machospecialisme bij uitstek, valt nog veel te winnen. In 2001 was 6,4 procent vrouw, in 2005 zal dat 11,5 procent zijn, is de verwachting.Voor de eerste groep vrouwen ging de vlag nog uit. Maar nu vrouwelijke artsen geen bezienswaardigheid of na te streven emancipatiedoel meer zijn, gaat de lastige praktijk knellen. Vrouwen kunnen immers zwanger worden en dan moet vervanging worden gezocht. Bovendien wil de meerderheid van de vrouwen-in-opleiding later graag vier dagen werken, wijst onderzoek onder arts-assistenten uit. Chirurgen voor wie het vak een fulltime levensvervulling is, vragen zich daarom af: zijn die vrouwen eigenlijk wel gebouwd voor het zware werk?Sanne Visser (28) heeft daar lang over nagedacht. In eerste instantie viel ze helemaal voor het vak. 'Chirurgie is een keerpunt voor een co-assistent; eindelijk mag je iets zelfstandig doen. Het gaat om essentiële problemen. Geen akkefietjes, kuchjes of vlekjes, maar kwesties van leven en dood. Op de eerste hulp kom je oude mensen, lieve kindjes, hoeren en daklozen tegen. De concrete manier van denken daar beviel me, de niet-lullen-maar-doen-mentaliteit. Maar ik zag mijn bazen ook diensten draaien tot vijf uur 's nachts en realiseerde me dat een spoedoperatie niet kan wachten tot morgen. Nu trek ik het nog wel, maar hoe is dat als ik vijftig ben? Bovendien zijn er ook andere dingen in mijn leven die me gelukkig maken. Muziek, een relatie en, in de toekomst, kinderen.'Visser werkte twee jaar als 'agnio' (arts nog niet in opleiding) op de Eerste Hulp en koos na lang dubben voor kaakchirurgie, een vak met minder zware diensten.De meeste vrouwen wegen hun mogelijkheden niet zo af als Visser, ook omdat er maar one way to go is in de geneeskunde: een studie van zes jaar, dan een jaar of meer ervaring opdoen in het specialisme van jouw keuze en uiteindelijk een opleidingsplaats tot specialist bemachtigen. Deze aanloop tot de werkelijke loopbaan duurt zeker tien jaar. Voor dat een specialist klaar is, loopt hij of zij tegen de veertig. De gestelde eisen in het vak zijn hoog. Er zijn weinig beroepen waarbij zo'n appèl op het doorzettingsvermogen wordt gedaan. Watjes gedrag wordt niet getolereerd.Enorme opluchtingMariska Scheuer (43), algemeen chirurg in het ziekenhuis van Harderwijk, is zo'n type. Haar huis in Ermelo, de helft van een twee-onder-een-kapper, is blinkend schoon. Alles is onder controle. Ze is een van de eerste vrouwelijke chirurgen met kinderen, zéker de eerste met vier kinderen. Tot 1996 was 60 procent van de vrouwelijke chirurgen ongetrouwd, Scheu er trouwde voor haar specialisten opleiding met een collega. Hij ging als verzekeringsarts de kost verdienen toen hij als huisarts geen praktijk vond, terwijl zij begon aan de lange weg naar de chirurgie.Ze kreeg de eerste twee kinderen tijdens haar opleiding in het Radboud zie ken huis in Nijmegen. 'Je moet het niet uitstellen', zei haar opleider na een congres in Amerika. 'Dat was een enorme opluchting.' De opleiding is volgens Scheuer een goed moment om zwanger te worden, zeker in een academische setting. 'Met een groep van zo'n twintig arts-assistenten kun je makkelijk zwangerschapsverlof opnemen.'Scheuer vond dat ze een voorbeeldfunctie had. 'Ik stond tot op het laatst op de operatiekamer met mijn dikke buik.' Vrouwen in mannenberoepen hebben twee opties, vindt ze: 'Of je strijdt voor betere werktijden, kinderopvang en dat soort zaken, of je past je aan en hobbelt door tot je niet meer kunt. Ik paste me aan. Maar als ik 's morgens aan de overdrachtstafel zat en iets in mijn buik voelde trappelen, ervoer ik dat als mijn geheimpje. Daarna ging de knop om.'Toen Scheuer klaar was met de opleiding, ging ze nog een jaar in loondienst. Ze wilde zich 'in de markt zetten' voor een plaats in een maatschap. 'Ik was op zolder de babykleertjes aan het opruimen en voelde: nee, het is nog te vroeg. Ik wilde een derde kind. Dat werd uiteindelijk een tweeling.'Haar privéleven heeft zo z'n consequenties. 'Als men in de laatste jaren van mijn opleiding aan het eind van mijn dienst zei: ”Er ligt nog een leuke heup”, zei ik weleens: ”Sorry, ik heb kaartjes voor de film.” Dat stuitte op onbegrip, vooral bij oudere chirurgen. Die zijn nog ”gemarteld” door professoren van wie ze een maand lang intern moesten. Wij zijn weer door hen opgeleid. Elke generatie zegt over de volgende: ”Jee, wat een watjes.” Ik hoor het mezelf nu ook zeggen. Chirurgen hebben een torenhoge inzet en een ziekteverzuim van nul, dat is het idee. Ook al hebben we ons smoeltje vol snot en zou ieder ander onder de wol kruipen: wij dus niet.'Eruit stappenDe tegenwerking was groter bij Anne marie Knot ten belt (40), plastisch chirurg in de Flevo polder. Ze kreeg haar eerste kind toen ze werkte in een academisch ziekenhuis en haar tweede en derde kind in een ziekenhuis in het zuiden van het land, waar ze haar opleiding vervolgde. 'De heren daar vonden mijn zwangerschappen erg onhandig en vervelend. Dat vond ik tamelijk kinderachtig, want ik heb tot twee weken voor mijn bevallingen diensten gedraaid.'Knottenbelt is geen meegaand type. 'Ik ga ervan uit dat je van elkaar kunt leren. Maar de heren algemeen-chirurgen stonden daar niet voor open. Je hoort het te doen zoals zij het gewend zijn, ambitieuze mannen van in de veertig waren het vervelendst.'Door haar slechte ervaringen besloot ze een opleiding voor plastisch chirurg te doen, een vak dat ze aanvankelijk graag had willen combineren met de algemene chirurgie. 'Er zijn maar zes tot negen opleidingsplaatsen in Nederland, dus toen een kliniek op zoek was naar een opleidingsassistent plastische chirurgie, heb ik de kans gegrepen. Het is een geluk dat je erin rolt. Maar waren mijn ervaringen beter geweest, dan was ik all round chirurg geworden.'Spijt heeft Knottenbelt niet. 'Het is een zeer boeiend, uitgebreid vak. De diensten zijn rustiger. Al is dat relatief, want komt hier iemand met handletsel binnen, dan ben je ook zo een paar uur bezig.' Ze deed uiteindelijk 8,5 jaar over haar specialisme. 'Dit jaar hoop ik te promoveren.' In de tijd van de opleiding werkte ze fulltime en liet ze haar kinderen over aan haar man en een oppas. 'Dat moet je kunnen, die knop omzetten, anders red je het niet.'FanatiekelingMerel Jansen (30) chirurg in opleiding en moeder van twee kinderen, kan de knop niet omzetten en stopt. 'Ik was een fanatiekeling, zo iemand die om zeven uur begon en pas na zeven uur 's avonds weer vertrok. Ik vond het allemaal geweldig. Ik was dolgelukkig dat ik een opleidingsplaats had weten te veroveren. Totdat ik zwanger werd. Mijn moeder was op haar 36ste in de overgang, ik had het idee dat ik het me niet kon permitteren om na de opleiding nog eens te gaan kijken of het zou lukken.'Chirurgen beginnen eerder dan de crèches open gaan. Jansen: 'De eerste drie maanden kwam ik zonder dat iemand het doorhad gewoon te laat, daarna deed ik dat met toestemming van de professor die zei: ”Als het ziekenhuis daarvoor geen oplossing biedt, is het niet anders.”' Des on danks voelde ze zich schuldig. 'Bij een operatie moet iemand anders de patiënt alvast een handje geven, voordat jij komt aanrennen.'Na de geboorte van haar tweede kind bracht Jansens man de kinderen 's ochtends weg en kon ze vier dagen gaan werken. Ook dat stuitte op bezwaren. 'Die ene dag moeten je collega's inspringen.' Het ging allemaal wel, maar elke dag was er die race tegen de klok. 'Ik had een eigen afdeling en regelde het zo dat ik op tijd weg kon, maar op maandag was er traumabespreking, dinsdag interne chirurgenbespreking, donderdag refereren (samen een artikel bespreken. red.); elke dag was er wel iets.'De zorg voor haar kinderen was uitstekend geregeld, maar Merel Jansen had vreselijke moeite om van zeven tot zeven van huis te zijn. 'De moeder in mij zei: het is verschrikkelijk dat ik al vertrokken ben voordat de kinderen opstaan en dat ik ze 'savonds slechts een uurtje zie voordat ze weer in bed liggen.' Die ene vrije dag was een pleister op de wonde. 'Maar op mijn werk functioneerde ik ook niet meer optimaal. Ik heb de consequenties van het moederschap niet goed ingeschat. Als ik het maar geregeld heb is het goed, dacht ik. Dat prent je jezelf in, want je wilt koste wat het kost chirurg worden.''Ik moest een keuze maken en dat was: ander werk zoeken met andere werktijden. Hoe erg ik het ook vond om het vak vaarwel te zeggen.' De eerste reactie van haar omgeving was: wat zonde. Maar haar professor heeft er iets op gevonden. 'Ze zochten nog iemand voor het geven van onderwijs binnen de chirurgie. Dat ga ik binnenkort drie dagen in de week doen. Nu ben ik helemaal gelukkig.'Of ze ooit nog gaat opereren, weet ze niet. Jansen voelt zich helemaal niet het zielige meisje dat afhaakt, maar heeft domweg geen zin om zich compleet aan te passen. 'Je voelt gewoon dat de tijd nog niet rijp is om dat gevecht in je eentje te klaren.'Geen hoge ambitiesSommige vrouwen kunnen het, carrière maken en kinderen grootbrengen. Bij Mariska Scheuer moet die combinatie wel aan een aantal voorwaarden voldoen: in een maatschap vier dagen werken, kinderen vanaf basis schoolleeftijd, een goede oppas, een ziekenhuis dichtbij, niet al te hoge ambities, en last but not least: een goede partner. De huishoudelijke klussen en de zorg voor de kinderen zijn bij Scheuer nu zorgvuldig over de week verdeeld. Maar het gevaar dat degene met werktijden van negen tot vijf steeds voor het gezin opdraait, is groot.Scheuer weet precies hoeveel rek ze heeft. 'Lex is een rustige gezinsman, zo iemand van pantoffels en de krant. Hij wil niet dat het gezin steeds moet wijken voor mijn werk. Om samen te kunnen eten, eten we om een uur of zeven. Dat haal ik niet altijd. Maandag en woensdag zijn drukke dagen, regelmatig bel ik met: ”Jullie hoeven niet op mij te wachten.” Dan gaat de vlag hier niet uit. Lex kan de kinderen goed laten merken dat mijn werk heel belangrijk is, maar ook weer niet zo belangrijk dat er in een ziekenhuis geen normale werktijden zijn.'Ze is een betere dokter omdat ze een gezin heeft, zegt Scheuer, al is ze weleens lichtelijk jaloers op een vriendin - tevens chirurg - die een fulltime oppas heeft. 'Ze is voorzitter van het stafbestuur, zit in een regionale commissie, zij doet het allemaal.'Het zijn niet alleen de werktijden, ook de cultuur kan een reden zijn om te stoppen. 'Meis je, jij moet niet denken, jij moet doen', was een opmerking die San ne Visser vaak kreeg als grap van haar meerdere. 'In de heelkunde bestaat een meester-gezelverhouding. Je wordt aan het handje genomen en je bent afhankelijk van de opleider die zegt: ”Doe maar.”'Visser, van nature een flapuit, reageerde afwachtend. Ze toonde haar kwetsbaarheid alleen aan de verpleging, en andere arts-assistenten. 'Ik liep in feite op mijn tenen.'Visser: 'Je krijgt alleen wat te horen als het niet goed is. Mannen én vrouwen klagen daar even hard over.' De specialistenwereld is geen wereld van leren door positieve stimulatie. 'Een baas zei tegen mij: ”Als jij 's nachts op de Eerste Hulp staat, kan ik gerust slapen.” Dat heb ik maar als compliment opgevat.' Hoe verder je komt op de ladder, des te onafhankelijker je wordt. Visser: 'Diep in mezelf wist ik: dit is niet waar ik gelukkig van word.'MachoEr spookt een cijfer rond: 70 procent van de vrouwen haakt af. Met dit cijfer worden vrouwen die solliciteren voor een opleidingplaats geconfronteerd. Maar geen enkel onderzoek ondersteunt dit getal. Toch gaat het rond en schept het vooroordelen, die een wal opwerpen tegen alle veranderingen die nodig zijn als het vak gedomineerd gaat worden door vrouwen.Een van de hardnekkigste vooroordelen luidt dat het vak fysiek te zwaar zou zijn. De geïnterviewde vrouwen werpen dat idee ver van zich. 'Als er iemand dunne armpjes en geen spieren heeft, ben ik het wel. En ik ben nooit iets tegengekomen dat ik echt niet kon', zegt Sanne Visser. 'Voor een beenbreuk heb je fysieke kracht nodig, maar daar valt altijd wel iets op te vinden.'Chirurgie is ook niet te macho, vindt Mariska Scheuer: 'Natuurlijk is het een technisch vak, er moet iets worden gerepareerd, maar er is ook een andere kant: het patiëntencontact. Je moet veel tijd voor de patiënt maken die soms, vooral in de oncologische hoek, een moeilijke keuze moet maken. Gerust stellen, moed inspreken: vrouwen hebben daar een speciaal talent voor.'Vrouwen doen op geen enkele manier onder voor mannen, menen ze. Maar vrouwen met kinderen staan nu nog voor een dilemma. Scheuer doet mee aan de opzet van een onderzoek naar parttime werk binnen de chirurgie. Volgens haar ziet de toekomst er op dat vlak zonnig uit. 'Ook mannen willen graag vier dagen werken. In een maatschap valt dat best te regelen. Mijn maten hebben toevallig allemaal vier kinderen, wij begrijpen het als iemand soms iets later komt of iets eerder vertrekt. Niemand doet daar moeilijk over.'Patiënten moeten er gewoon vanaf dat ze door één enkele dokter geholpen willen worden, meent Sanne Visser. En het parttime werk mag niet marginaal zijn. Merel Jansen: 'Zoals het nu is geregeld, zou ik als parttimer alleen de liesbreuken en de spataderen mogen doen. Dat geeft op den duur geen voldoening.'In deeltijd werken is een kwestie van plannen, vinden ze. Jansen: 'Waarom zou de operatiekamer per se om half negen moeten beginnen? Als er in ploegendiensten zou worden gewerkt, kunnen mensen met kinderen in deeltijd 's avonds werken. Daar heb je alleen maar voordeel van, want er is dan geen verlies van productie.'Als vrouwen straks en masse uitvallen of parttime willen werken, dreigt in de toekomst een groot tekort, waarschuwen ze. Sanne Visser: 'Er wordt gekscherend gezegd: we nemen bij de opleidingsplaatsen geen vrouw meer aan. Tot nu toe kunnen ze zich dat veroorloven. Chi rurgie is nog altijd een vak waar veel meer mensen in willen werken dan er worden aangenomen.'