Afgemonteerd

Jakkeren achter de montagetafel, want de première komt eraan. Editors zoeken naar een uitweg, zegt hun nieuwe club.

'In gedachten, op het plafond van mijn slaapkamer, zien mijn films er altijd goed uit', zegt de Britse filmeditor Mick Audsley in een bovenzaaltje van de Stadsschouwburg in Utrecht. 'De truc is om de beelden van het plafond naar mijn computer te krijgen.'

Audsley, verantwoordelijk voor de montage in onder meer Interview with the Vampire, Twelve Monkeys en Harry Potter and the Goblet of Fire, was afgelopen zondag te gast bij de lancering van de Nederlandse Vereniging van Cinema-Editors tijdens het Nederlands Film Festival.

De NCE wordt geen vakbond of 'enorme belangenbehartiger', zegt voorzitter Job ter Burg, die onder meer Zwartboek en Oorlogswinter monteerde. De vereniging moet een platform zijn voor editors die onderling ideeën en ervaringen uitwisselen.

Daarnaast wil de vereniging net als de American Cinema Editors (ACE, opgericht in 1950), het vak emanciperen. 'Het is toch een soort alchemie', zegt Ter Burg. Hij en zijn collega's bepalen volgorde, tempo en ritme van de opeenvolgende beelden van films. 'Niemand weet precies wat er in de montagekamer gebeurt, behalve de mensen die er zelf aan het werk zijn.'

Met vermakelijke anekdotes gaf Mick Audsley een aardig beeld van het schaalverschil tussen Europese filmproducties. 73 weken werkte hij bijvoorbeeld aan de vierde Harry Potter. 'Als we alle uren gedraaide film zouden uitrollen kwamen we van Londen tot Edinburgh.'

De editor is nog altijd het ondergeschoven kindje in de filmwereld, vindt een enkeling. 'In Europa heeft een editor niet altijd de status die hij in Amerika geniet', aldus de Duitse gast Alexander Berner, onder meer editor van Resident Evil, Perfume en Der Baader Meinhof Komplex, eerder tijdens de dag. 'Hier is het iemand die helpt om de film af te ronden, in plaats van iemand met wie je de hele film maakt.'

'In Nederland wordt filmmontage wel als een belangrijk vak gezien', zegt voorzitter Job ter Burg. Hij pleit voor meer interactie tussen filmeditors binnen Europa. 'We werken in een straal van een paar honderd kilometer van elkaar, maar veel editors zijn totaal onbekend.'

Juist nu is het belangrijk om als filmeditors 'de koppen bij elkaar te steken', zegt Ter Burg. De Nederlandse editor ziet een belangrijke trend: de afgelopen vijftien jaar wordt, naar Amerikaans voorbeeld, steeds vaker een premièredatum geprikt ruim voor de film productie gaat. De druk op de editor om een film in de nabewerking snel af te ronden neemt toe.

'Of de film goed is, wordt dan bijna secundair', zegt Ter Burg. 'De tijd dat je een film voltooide en vervolgens bekeek wanneer je hem wilde uitbrengen is voorbij.'

De NCE gaat niet op de barricade tegen dergelijke ontwikkelingen. 'Die krappe planning ontstaat niet uit onwil. Het is belangrijker om samen kijken hoe we er het beste mee om kunnen gaan', zegt Ter Burg. 'Ik probeer bijvoorbeeld vooraf bij de producent aan te geven waar een probleem in de planning kan ontstaan. Zo kan ik safety traps inbouwen - er zelf voor zorgen dat het geen kaartenhuis wordt.'

Reinout Oerlemans' avonturenfilm Nova Zembla, vanaf 24 november in de bioscoop, geldt inmiddels als een schoolvoorbeeld van een film die in de postproductie het uiterste vraagt van iedereen. Ter Burg: 'Zij hebben straks hun veldslagen achter de rug; díe mensen zou ik graag uitnodigen voor een lezing. Zij kunnen dan kwijt hoe ze met druk zijn omgegaan, zodat we daar allemaal van kunnen leren.'