1,3 miljoen laaggeletterden kunnen zich niet verstoppen, zou je denken

Internationaal gezien mag Nederland het goed doen, het aantal mensen dat moeite heeft met lezen en schrijven neemt wel degelijk toe. 'Dat bedreigt de sociale cohesie.'

Arwin Jy, eigenaar-directeur van schoonmaakbedrijf K&K op Schiphol, stuurt bijna al zijn werknemers op taalles. 'Commercieel is het niet handig als je mensen niet met klanten kunnen communiceren', zegt hij. 'Bij het reinigen van een vliegtuig krijg je altijd te maken met specifieke wensen en instructies.' En dan komt het raar over dat tweederde van zijn personeel problemen heeft met lezen en schrijven. 'Ze moeten veel schaamte overwinnen. Maar ik wil ze graag die kans en een vast contract bieden.'

Harm Kah, afdelingsleider opleidingen bij Scania Trucks in Zwolle, heeft nu bijna 100 van de 1.700 werknemers op de nominatie staan om hun taalvermogens op te krikken. Nietsdoen is geen optie, vindt hij, als je weet dat je werknemers laaggeletterd zijn. De winst voor bedrijf en personeel gaat verder dan alleen het eindelijk kunnen lezen van werkinstructies en veiligheidsvoorschriften. 'Je ziet hun zelfvertrouwen groeien. Ze krijgen een andere rol op de werkvloer.'

De aantallen zijn eigenlijk zo schrikbarend hoog dat iedereen er wel een moet kennen: iemand die zo veel moeite heeft met lezen en schrijven dat het hem echt beperkt, hem hindert in zijn gezin, bij de dokter, op zijn werk. 1,3 miljoen laaggeletterden zijn niet te verstoppen. En toch is dat precies wat ze doen, vaak tientallen jaren lang: onder de radar blijven.

Tot het niet meer gaat. Zoals de Veluwse kachelbouwer Jan, bij zijn collega's bekend als bullebak. Toen hij een branchecertificaat moest halen, gaf hij huilend toe dat hij niet kon lezen en schrijven. Smoesjes en trucjes hielden het al die tijd verborgen.

'Nederlandse beroepsbevolking behoort tot internationale top', juichte het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen onlangs in zijn persbericht over het internationaal vergelijkende OESO-onderzoek naar basisvaardigheden. Volgens de PIAAC-studie komt in Nederland laaggeletterdheid relatief weinig voor. Minister Jet Bussemaker van Onderwijs toonde zich tevreden.

Maar onderzoeker Willem Houtkoop, verbonden aan het Expertisecentrum Beroepsonderwijs (ECBO), waarschuwt voor zelfgenoegzaamheid. 'Zeker, we doen het internationaal vergeleken goed. Reden om te juichen. Maar de verschillen groeien. De besten doen het beter, maar de minderen presteren steeds zwakker. Dat laatste baart zorgen.'

'Feitelijk groeit het probleem', zegt hoogleraar lageropgeleiden Maurice de Greef, verbonden aan de Vrije Universiteit van Brussel en onderzoeker in Maastricht. 'We hebben geen enkele reden ons hierover op ons gemak te voelen.'

Want hoe hoog Nederland nu ook in de ranglijstjes staat, de afgelopen zeventien jaar steeg het aantal laaggeletterden van 9,4 naar 12 procent van de beroepsbevolking. Met name onder de ouderen (46-65 jaar) groeit het leger dat moeite heeft met lezen en schrijven. Tussen de 16 en 65 jaar, de doelgroep van het PIAAC-onderzoek, zijn 1,3 miljoen laaggeletterden, ongeveer 1 op de 9. Van alleen de 55-plussers is zelfs meer dan eenvijfde (21 procent) laaggeletterd.

Laaggeletterden kunnen nog wel een straatnaambordje ontcijferen, maar slagen er niet in brieven of verslagen te schrijven, kranten of boeken te lezen. Medische of technische instructies zijn bijna altijd te moeilijk en de ondertitels op tv gaan te snel.

Uit PIAAC bleek dat de jongeren het direct uit school beter zijn gaan doen, wat hoopgevend is voor de toekomst. Maar het risico is levensgroot dat velen naarmate ze ouder worden die vaardigheden weer verliezen, met alle economische en sociale gevolgen van dien. De Greef: 'Als we niks doen, dan gaan we kelderen op de internationale ranglijsten. Als kenniseconomie kunnen we ons dat niet veroorloven. Ook de overheid moet iets doen.'

Voorleesdagen
'De cijfers tonen dat we nog meedraaien in de top, maar er zijn zeer zorgwekkende trends', zegt ook prinses Laurentien, echtgenote van prins Constantijn, in een gesprek met de Volkskrant. Laurentien, die tijdens haar studietijd in de VS voor het eerst werd geraakt door analfabetisme, richtte in mei 2004 de Stichting Lezen & Schrijven op. Hiermee kreeg de strijd tegen laaggeletterdheid een gezicht. Een koninklijk gezicht nog wel, dat afgelopen Prinsjesdag nog naast de nieuwe vorst stond te wuiven op het bordes van Paleis Noordeinde.

'De stichting heeft het onderwerp geagendeerd en zichtbaar gemaakt hoe hardnekkig het is, maar dan ben je er nog niet', zegt Laurentien. 'Nu moeten we mensen in grote aantallen gaan helpen. De kloof wordt groter, tussen de mensen die het heel goed doen en de mensen die achterblijven. En dat bedreigt de sociale cohesie.'

Lezen & Schrijven maakte snel naam met originele campagnes en aanpak. 'We hebben op een rijtje gezet waar deze mensen allemaal worden benadeeld, en daar gingen we op hun verantwoordelijkheid wijzen', zegt Margreet de Vries, tussen 2004 en 2011 directeur. 'Niet met het vingertje: je doet het niet goed. Nee, laten zien waar hun eigenbelang zit. Een huisarts die merkt dat een patiënt een geneesmiddel niet goed inneemt omdat hij niet kan lezen, mag niet zijn schouders ophalen. Datzelfde geldt voor werkgevers en veiligheid.'

Bedrijven werden rechtstreeks via hun hoogste baas benaderd en dan helpt het als je voorzitter een schoondochter is van de koningin. 'Natuurlijk is dat effect er', zegt De Vries. 'Veel topmannen zullen dat hebben gedacht: interessant, een prinses. Maar Laurentiens echte troef is toch de inhoudelijke invulling. Anders hou je dat ook niet tien jaar vol.'

Er kwam onderzoek, voorleesdagen, de Week van de Alfabetisering zag het licht en niet-vrijblijvende wervingsdiners werden georganiseerd waar ministers, CEO's en topsportbestuurders aanschoven. Iedereen denkt bij laaggeletterden inmiddels aan Laurentien en omgekeerd. Maar een afname van het probleem heeft het niet kunnen bewerkstellen. 'Een stichting kan zoiets ook niet alleen oplossen', zegt onderwijskundige De Greef. 'Daarvoor zijn sinds 2001 ook te veel voorzieningen voor onderwijs aan volwassenen afgebroken. In Finland, waarover iedereen altijd zo vol bewondering spreekt, gaat jaarlijks 1.481 miljoen euro naar educatietrajecten, bij ons nog geen 62 miljoen.'

Volgens Marja van Bijsterveldt, die op 1 januari de voorzittershamer overneemt van prinses Laurentien en zelf jaren verantwoordelijk was voor het onderwijsbeleid, is vooral 'meer focus aangebracht' in de volwasseneneducatie: 'Vroeger viel van alles eronder, ook assertiviteitstraining. Nu is het toegespitst op taal, rekenen en digitale vaardigheden. De aantallen laaggeletterden dalen nog niet, maar zonder het werk van de stichting Lezen & Schrijven zou het veel beroerder zijn', is ze overtuigd.

Ook prinses Laurentien wil het nut van haar stichting niet afzetten tegen het stijgende aantal laaggeletterden. 'Die logica gaat niet op. Wij moesten eerst die mensen vinden. Bij de dokter, in het ziekenhuis, gevangenissen, bedrijven, daar moet je eerst heen. Mensen stappen niet zelf naar een school, ze schamen zich. Pas nu ontstaat een structuur waarmee we het probleem dicht bij de mensen kunnen aanpakken. Als we over tien jaar nog niets zijn opgeschoten, doen we het niet goed. Dat mag je nu niet concluderen.'

De grootste zorgen bestaan over de laaggeletterde ouderen. In relatie tot de arbeidsmarkt een tikkende demografische tijdbom, zegt Laurentien. Kachelbouwer Jan op de Veluwe kon uiteindelijk aan het werk blijven nadat hij zijn brevet mondeling had gehaald. Maar de arbeidsomgeving stelt steeds hogere eisen aan werknemers; ook in lager gekwalificeerd werk krijgen laaggeletterden het moeilijker.

Dat velen van hen ooit konden lezen en schrijven maar dat zijn verleerd, is minder gek dan het lijkt, zegt Harm Kah van Scania, zelf 56. 'Ik kreeg vroeger op de middelbare school ook Frans, en op vakantie red ik me nog best. Maar een Franse brief schrijven is een ander verhaal.'

Persoonlijke problemen
Bij Scania in Zwolle zit nu een deel van de werknemers die moeite hebben met lezen en schrijven een dag op les, de rest volgt komende jaren. ROC Deltion leidt ze op voor mbo-1-diploma arbeidsmarkt gekwalificeerd assistent. Kah: 'Dan kunnen ze wel assemblage- en veiligheidsinstructies lezen, interne trainingen volgen en goed omgaan met instrumenten.'

Hoewel de knelpunten door laaggeletterdheid over een jaar of vijf vooral op het niveau van de arbeidsmarkt zichtbaar zullen worden, moet de oplossing volgens hoogleraar De Greef juist individueel worden gezocht. 'Vaak kampen deze mensen met persoonlijke of sociale problemen. Als je ze niet van mens tot mens benadert, bereik je ze niet.'

Sinds een jaar of twee loopt daarom het project Taal voor het Leven, waarin Lezen & Schrijven in zes proefregio's een structuur opzet (Laurentien: 'een ecosysteem voor het leren') om laaggeletterden eerst op te sporen en dan weer te scholen. Voor 5 miljoen euro per jaar, eentiende van het OCW-budget voor volwasseneneducatie, worden 5.000 mensen geschoold, en de eerste onderzoeksresultaten tonen dat dit goed werkt.

Het zijn nog maar pilots, en de stichting vreest dat als het geld vanaf 2016 in de grote gemeentepot vloeit, het dan gedaan is met de projecten. Op de plannen van minister Bussemaker de pilots dan te stoppen, klonk tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting veel kritiek. In een breed gesteunde motie dwong de Tweede Kamer de bewindsvrouw dinsdag hiervoor ook na 2015 geld uit te trekken.

Hoe reëel is de verwachting iedereen aan het lezen te kunnen krijgen? Moeten we niet accepteren dat er altijd een groep zal zijn die zich een bestaan verwerft op basis van andere capaciteiten? 'Nee. Nee', zegt prinses Laurentien stellig. 'Laten we wenselijkheid en haalbaarheid uit elkaar halen, en wenselijk is dit hoe dan ook. Mensen die na tientallen jaren zijn gaan lezen, vertellen hoe bij hen het licht is aangegaan. Iedereen met een IQ van 80 of meer kán leren lezen en schrijven, dat is wetenschappelijk aangetoond. Wij moeten niet toestaan dat een zo groot deel van de bevolking buiten de samenleving valt.'