'Zuurkool met vette jus' gloedvol vertolkt

Van zijn vrouw krijgt hij iedere dag een pakje brood mee en een thermoskan koffie. Zo'n man is hij, Dolf Brouwers, Utrechter van geboorte maar Hagenees in hart en nieren....

Wie was deze markante man, die op zijn 61ste door Wim T. Schippers werd ontdekt en die vanaf dat moment hoe dan ook een beetje de kolder in de kop kreeg? Want ineens werd Brouwers als Sjef van Oekel een man die zowel weerstand als bewondering opriep.

Hij werd door VPRO-programmamakers ingezet (of volgens sommigen ge- dan wel misbruikt) om hun anti-shows (kotsen in fietstas, veel blote tieten, de koningin die spruitjes schoonmaakt) de nodige authentieke allure te geven. En hij leende zich daar maar al te graag voor, op zoek naar roem en erkenning. Want diep in zijn hart had hij altijd 's lands belangrijkste charmezanger willen worden, zoals Johan Heesters in Duitsland en Eddy Wally in België.

Over Dolf Brouwers hebben Rob van Dalen (tekst) en Guusje Eijbers (regie) bij de Haagse theatergroep De Regentes een voorstelling gemaakt: Dolf Brouwers, ben ik dat? Een mooie titel, vooral door dat vraagteken erachter, want Brouwers wist eigenlijk zelf niet zo goed wie of wat hij was, en is zijn hele leven naar het antwoord op die vraag op zoek geweest.

In een bonte show met liedjes, dansjes, sketches en onvervalste musicalnummers trekken de hoogte- en dieptepunten in het leven van Brouwers voorbij. Rode draad daarin is het huwelijk met zijn vrouw Greet die hem altijd terzijde heeft gestaan en die aan het eind van haar leven dement werd - een groot verdriet voor de toen al uitgerangeerde Brouwers.

Een leuke, gekke, soms lieve maar toch ook rare man - dat is het beeld dat beklijft. Pikant is de voorstelling in het tonen van de manier waarop Schippers zijn Haagse protégé gebruikt ter meerdere glorie van zichzelf en de VPRO. Schrijnend is de scène waarin Brouwers weigert een act te doen met een opblaaspop, en onthutsend de manier waarop hij uiteindelijk wordt afgedankt.

Voor de pauze kent Dolf Brouwers, ben ik dat? vaart en de charme van een voorstelling waarin het een en ander mis mag gaan (techniek, danspasjes), daarna wordt het allemaal wat trekkend en traag. Vooral de aftakeling van Greet wordt te uitvoerig behandeld, in deze voorstelling over de verwarring tussen persoon en personage krijgt die een te prominente plaats.

Manou Kersting speelt de titelrol voortreffelijk. Hij is flink in de huid van Brouwers gekropen - geluid, uiterlijk en motoriek zijn treffend en toch is het resultaat niet een goedkope imitatie. De klassieker Zuurkool met vette jus krijgt van hem een gloedvolle vertolking, evenals de nieuwe liedjes van Clous van Mechelen.

Kersting speelt uiteindelijk een aandoenlijke Dolf die eigenlijk maar één ding wil: een kopje koffie in een voorverwarmd kopje, thuis bij moeder de vrouw.