1513774
© ANP

'Ook bestuur ABP moet het veld ruimen om verantwoordelijkheid huidige problemen'

Opinie Door de risico's van rentedaling niet af te dekken, heeft het ABP-bestuur onverantwoord gehandeld, meent Ilja Boelaar.

Vrijdag viel het doek voor SNS Reaal. Dezelfde dag werd bekend dat de grote pensioenfondsen definitief de pensioenen zullen korten. Terwijl bij SNS Reaal de topbestuurders het veld moesten ruimen en oud-bestuurder Sjoerd van Keulen een ware volksopstand over zich heen kreeg, bleef het rond het bestuur van het grootste pensioenfonds ABP verdacht stil. Onbegrijpelijk.

SNS Reaal ging ten onder door het aangaan van onverantwoorde vastgoedrisico's. Sinds 2006 verloor de bank daardoor een slordige 5 miljard euro. ABP verloor in dezelfde periode zo'n 40 procentpunt van zijn dekkingsgraad - op dit moment een waarde van zo'n 100 miljard euro. Zeker de helft hiervan kwam door renterisico's die men had kunnen en moeten afdekken. De tweeënhalf miljoen pensioendeelnemers zijn hierdoor zwaar gedupeerd, maar de bestuurders blijven voorlopig ongestoord zitten. Een onacceptabele situatie.

Het ABP-bestuur beweert keer op keer dat de huidige problemen niet te voorzien waren. De problemen worden voornamelijk veroorzaakt door de historisch lage stand van de rente, zo stelt men. Dat laatste is waar. Doordat de rente sterk is gedaald, is de kostprijs van pensioenen veel hoger geworden. Pensioenfondsen die dit risico niet hadden afgedekt, hebben hun vermogenspositie daardoor sterk zien verslechteren.

Keuze
Het niet afdekken van de gevolgen van een rentedaling is echter een keuze. Een keuze die het ABP-bestuur bewust heeft genomen, zo is ook in het ABP-jaarverslag van 2007 te lezen: 'Het renterisico in nominale termen blijft groot, maar gezien de reële rendementsdoelstelling van het fonds en het huidige lage marktrenteniveau is ABP van mening dat het ongewenst is dit nominale risico af te dekken.' Oftewel, het bestuur onderkende de omvang van het risico, maar zag er bewust vanaf dit af te dekken. Men vond de rente op dat moment laag en hoopte te gaan profiteren van toekomstige rentestijgingen.

Maar waarom zou je als pensioenfondsbestuur hierop gokken als je dekkingsgraad 140 procent is? Bij een dekkingsgraad van 100 procent is er genoeg geld in kas om alle pensioenen nominaal, dus zonder inflatiecorrectie, te garanderen. De buffer van 40 procent was voldoende om te garanderen dat de pensioenen bovendien jaarlijks zo'n 2 procent konden worden verhoogd voor eventuele inflatie.

Gezien de doelstelling van het ABP, het bieden van een vaste pensioenuitkering met redelijke kans op compensatie voor inflatie, was het nemen van het renterisico dus helemaal niet nodig. Wat het echter nog erger maakt: het afdekken van renterisico gaat nauwelijks ten koste van het verwachte rendement. De producten om dit risico af te dekken, zogenaamde renteswaps, kosten bij afsluiten, afgezien van transactiekosten, namelijk niks. Het is voor een pensioenfonds een heel goedkope manier om van een enorm risico af te komen.

Te groot
Ter verdediging wil men achteraf nog weleens beweren dat ABP simpelweg te groot was om het risico op een rentedaling te kunnen afdekken. Dit strookt echter niet met de cijfers. De markt voor het afdekken van renterisico's heeft een omvang die in de honderdduizenden miljarden loopt. Het ABP is met een omvang van circa 250 miljard euro weliswaar fors, maar op de totale markt blijft het een bescheiden omvang.

Toch lieten de ABP-bestuurders het risico op een rentedaling onafgedekt. Waarom? Het geheim zit hem in de opmerking dat men de rente 'laag' vond. Oftewel: het ABP-bestuur dacht dat de rente zou gaan stijgen. Daar is een woord voor: speculatie. Als er immers iets onvoorspelbaar is, dan zijn het wel de financiële markten. Het bestuur leed aan hoogmoed, nam een enorme gok met het pensioen van tweeënhalf miljoen Nederlanders en kreeg het deksel op de neus. De rente daalde. Met meer dan 2 procentpunt. Het gevolg: de dekkingsgraad daalde in 2008 met meer dan 50 procentpunt. De helft daarvan was het gevolg van de rentedaling.

Destijds had het bestuur al moeten aftreden, maar dat deed het niet. Toen de rente in 2008 instortte, begon het bestuur een campagne om de rekenregels voor pensioenfondsen aan te passen. 'Als de echte rente niet stijgt, dan kunnen we op zijn minst de rente waarmee we op papier rekenen, laten stijgen', moet men hebben gedacht. Helaas kregen zij velen mee in deze truc om het eigen falen te verdoezelen: met name de vergrijsde vakbonden en populistische politieke partijen. Zij zagen er waarschijnlijk wel brood in de huidige ouderen zo uit de wind te houden en het falen van het ABP-bestuur ongezien op het bordje van jongeren te schuiven.

Verslechterd
Er is echter geen ontkennen aan: door het speculeren op een rentestijging zijn de pensioenen van het ABP fors verslechterd. Toen vorig jaar bij Vestia bleek dat men met publiek geld had gespeculeerd op rentestijgingen, moesten de bestuurders direct vertrekken. Daar was het verlies zo'n 3 miljard euro. SNS Reaal verloor door de onbezonnen vastgoedrisico's 5 miljard euro. ABP verloor door zijn gok op rentestijging meer dan 20 procentpunt dekkingsgraad. De pensioendeelnemers gaan daardoor samen simpelweg 20 procent minder pensioen ontvangen. Kostprijs: al snel zo'n 50 miljard euro.

De hoogste tijd dus dat ook de verantwoordelijke ABP-bestuurders het veld ruimen.

Ilja Boelaars is financieel risicomanager en econoom. Hij promoveert aan de Universiteit of Chicago
Lees hier de reactie van ABP-bestuursbvoorzitter Henk Brouwer.