1365241
Een gepensioneerde Spanjaard rust even uit bij een draaimolen © REUTERS

Het pensioen is veilig, maar de hoogte is onzeker

Vijf vragen Het kabinet past de regels voor pensioenfondsen aan. Zware kortingen (tot 15 procent!) zijn daarmee van de baan.

Wat is het probleem met de pensioenfondsen?
De fondsen kampen met de financiële crisis die in 2008 losbarstte. Eerst de aandelen-, toen de eurocrisis. Door de aandelencrisis daalden de beurskoersen scherp en kelderde het vermogen van de pensioenfondsen. Door de eurocrisis daalde ook de rente sterk met hetzelfde effect. Daar komt bij dat de levensverwachting rap oploopt. Pensioenfondsen moeten daardoor langer pensioen uitbetalen.
Die mix heeft pensioenfondsen in problemen gebracht. Het vermogen van een fonds moet de pensioenrechten van de deelnemers voor 105 procent dekken. Om het vermogen vast te stellen, wordt gekeken naar de waarde van de beleggingen op 31 december. De rente op die dag wordt gebruikt om het rendement in de toekomst te berekenen. De 'dekkingsgraad' op 31 december is cruciaal. Daarvan hangt de beslissing af of pensioenen worden bevroren of verhoogd om de koopkracht op peil te houden, of verlaagd - omdat het vermogen de pensioenen niet dekt.

Het rekenen met dagkoersen leverde een doemscenario: tientallen pensioenfondsen raakten in problemen. De waarde van de beleggingen dekte de toegezegde pensioenen niet meer. In overleg met de toezichthouder De Nederlandsche Bank zijn 'herstelplannen' opgesteld. Die moesten binnen drie jaar soelaas bieden. Toen dat niet lukte, werd het vijf jaar.

Die termijn loopt nu af. 154 fondsen moeten volgens de regels de pensioenen volgend jaar gemiddeld 4,9 procent verlagen. Bovendien zou de pensioenpremie extra verhoogd moeten worden. Nu wordt jaarlijks zo'n 25 miljard euro aan premie betaald. Daar zou 3,2 miljard bij moeten.

Wat doet het kabinet?
Het kabinet werkt aan een nieuwe Pensioenwet. Die moet in 2014 van kracht worden. Er staan nieuwe boekhoudregels voor pensioenfondsen in. Ook wordt een nieuw 'pensioencontract' geformuleerd. Dat nieuwe contract, tussen fonds en werknemer, is gebaseerd op het pensioenakkoord van vakbeweging, werkgevers en kabinet. Een van de grote veranderingen is dat de pensioenen in dat contract worden gekoppeld aan het vermogen van het pensioenfonds. De hoogte van het uit te betalen bedrag wordt daardoor onzekerder.

Daarnaast blijft het bestaande pensioencontract gelden, waarin het toegezegde pensioenbedrag vastligt. Fondsen en werknemers moeten samen beslissen voor welk model zij kiezen. Vooruitlopend op de nieuwe boekhoudregels past het kabinet de regels voor deze 'oude' pensioenen wel alvast aan. Zo mogen de fondsen, net als verzekeraars voor de ramingen op lange termijn, twintig tot zestig jaar in de toekomst, rekenen met een hogere rente: oplopend tot 4,2 procent. Dat is veel hoger dan de huidige dagrente van 2 procent.

De fondsen krijgen op nog een andere manier wat lucht: zij hoeven in 2013 geen extra premie te heffen als hun beleggingen in dat jaar meer opleveren dan er aan pensioenen wordt uitgekeerd. Daar staan wel eisen tegenover: de fondsen moeten gaan rekenen met 67 jaar als pensioenleeftijd en de stijgende levensverwachting verwerken in de toegezegde pensioenen. Voor verhoging van de toegezegde pensioenen, om de koopkracht op peil te houden, geldt nu 105 procent dekkingsgraad als minimum. Dat wordt 110 procent.

Als een pensioenfonds ondanks de boekhoudkundige aanpassingen te weinig vermogen heeft, moet het de pensioenen verlagen. Als een fonds de pensioenen met meer dan 7 procent moet verlagen, mag dat in stappen van maximaal 7 procent. Maar als een fonds bijvoorbeeld een korting van 7 procent in 2013 aankondigt, gevolgd door één van 3 procent in 2014, dan is dat 'onvoorwaardelijk'. Dat betekent dat die korting in 2014 moet doorgaan, ook als het pensioenfonds er dan plots riant voorstaat.

Wat betekent dat voor u?
Als de pensioenfondsen massaal overstappen op de nieuwe regels, hoeven veel minder fondsen de pensioenen te verlagen. In plaats van 154 fondsen dreigen dan 81 fondsen met verlaging. De korting zakt van gemiddeld 4,9 procent naar gemiddeld 0,8 procent. De gemiddelde dekkingsgraad van de fondsen stijgt in één klap van 97 procent naar 102 procent. Om hoeveel deelnemers het gaat, wil het ministerie noch De Nederlandsche Bank zeggen.

Daarnaast gaat de premie minder omhoog. Eerst zou sprake zijn van 3,2 miljard extra premie, nu wordt dat 0,2 miljard euro. Dat is een meevaller van 2 miljard voor de werkgevers, die tweederde van de premie betalen.

De waarde van het toegezegde pensioen blijft bij het gros van de 400 pensioenfondsen op peil, al wordt de koopkracht uitgehold door inflatie. De toegezegde pensioenen blijven langer bevroren, omdat de fondsen meer in kas moeten hebben voordat zij de pensioenen mogen verhogen.

De pensioenproblematiek is een extra argument voor loonmatiging. Loonsverhoging werkt immers ook een beetje door in het pensioen.

Wie betaalt de rekening?
De werkgever is spekkoper, hij krijgt geen extra verplichtingen. De werknemer betaalt, want zijn pensioen daalt doordat fondsen 67 jaar gaan gebruiken als pensioenleeftijd.

Het Centraal Planbureau heeft berekend of de maatregelen van het kabinet in het voordeel van oudere of jongere werknemers zijn. Het saldo is iets negatief voor jongeren. Daar staat, volgens het ministerie van Sociale Zaken, tegenover dat ongewijzigd beleid met bijvoorbeeld sterk stijgende pensioenpremies een desastreus effect op de economie zou kunnen hebben. Werkloosheid kan jongeren onevenredig raken.

Wat zijn de risico's ?
Het grootste risico is dat de gevaarlijke mix van de afgelopen jaren weer de kop op steekt. Als de beleggingen van pensioenfondsen veel minder waard worden, de rente verder daalt en de levensverwachting stijgt, is de pensioencrisis compleet. Ter geruststelling: de afgelopen maanden krabbelden de beurskoersen wat op, waardoor de dekkingsgraad van pensioenfondsen weer wat is gestegen. Als dat doorzet, is er op 31 december misschien geen pensioenprobleem meer.
Procent wordt de gemiddelde korting op het pensioen, terwijl de verlaging voor invoering van de nieuwe regels gemiddeld maar liefst 4,9 procent zou zijn.