'Waarom zou ik nog mijn kind inenten?'

Hoogopgeleide, bewust en gezond levende ouders nemen niet zonder meer aan dat vaccineren noodzakelijk is

Artsen hebben moeite een groeiende groep ouders te overtuigen van het nut van vaccinaties. Staat internet niet vol waarschuwingen tegen 'dat gif'? Die twijfel kan het rijksvaccinatieprogramma ondermijnen.

'De bof heeft mij doof gemaakt, dus allemaal prikken hè!' Jeugdarts Lucy Smit (53) hoorde deze reclameslogan voor het vaccineren van jonge kinderen eens door haar wachtkamer schallen. Hij kwam uit de mond van een oudere dame die met haar dochter en kleinkind het consultatiebureau van JGZ Kennemerland in Heemstede bezocht. Overbodig is zo'n hartekreet niet, zegt de jeugdarts.

De huidige generatie ouders heeft de schadelijke en soms fatale gevolgen van kinderziekten als bof, mazelen en polio niet zelf of van nabij meegemaakt. Daardoor voelt een toenemend aantal ouders de noodzaak van inenten niet meer, merkt Smit in haar praktijk.

Gemiddeld twee twijfelaars per maand treft de jeugdarts in haar spreekkamer. 'Het zijn vooral hoogopgeleide, bewust en gezond levende ouders die niet zonder meer van overheid en wetenschappers aannemen dat vaccineren noodzakelijk is.'

Die kritische houding is goed, vindt ze. Het betekent wel dat ze meer tijd en behendigheid nodig heeft om de vaccinatiegraad op een hoog peil te houden.

Op een doordeweekse ochtend zit de wachtkamer van het consultatiebureau vol jonge ouders met een baby of peuter op schoot. In haar spreekkamer brengt de jeugdarts bij ieder de prik ter sprake. Jolien en Sander komen de tweede vaccinatie halen voor hun dochter Lexi van 3,5 maand. Jolien, gekleed in politie-uniform, vertelt dat een collega begon over 'het gif' waarmee ze háár kinderen niet laat injecteren. 'Ik laat mij niet beïnvloeden door zulke verhalen. Ik wil niet het risico lopen dat onze dochter een ernstige ziekte krijgt; vaccineren vind ik vanzelfsprekend', zegt de forensisch onderzoeker. Haar echtgenoot, it'er Sander: 'We vertrouwen de medische wetenschap.'

Dit consult is dus een makkie voor Lucy Smit. Binnen tien minuten staan Jolien en Sander met een huilende Lexi - op elk beentje een grote pleister - weer buiten. 'Pappa is bij je', klinkt het troostend.

Hoewel het gros van de jonge ouders die de jeugdarts ook vandaag op haar spreekuur krijgt hun kinderen laat inenten, ondervindt Smit dat het geen vanzelfsprekendheid meer is. De twijfelaars vragen zich af of het nog wel nodig is; de meeste kinderziekten zijn in Europa immers uitgeroeid. En kan een kwetsbare baby de bacteriën in de injectie wel aan? Op internet lazen ze dat een kind autistisch kan worden van een prik.

Voor ouders met dergelijke aarzelingen maakt Lucy Smit een afspraak voor een uitgebreid gesprek. Haar doel is niet de ouders te overtuigen met wetenschappelijke data en gewichtige publicaties. Dat wekt alleen maar weerstand op. De twijfelaars zijn bovendien goed geïnformeerd.

'Voor zulke gesprekken moet je als arts stevig in je schoenen staan', zegt Smit. De e-learning die het RIVM jeugdartsen gaat aanbieden om de groeiende groep kritische ouders over de streep te trekken, is volgens haar niet voldoende. 'De feiten kennen we, wat je nodig hebt zijn communicatieve vaardigheden. Je moet het gesprek zo voeren dat de ouders zich begrepen en gerespecteerd voelen en weten dat ze zelf de regie hebben. Dan ontstaat er ruimte onze visie te laten horen.'

Twee miljoen extra voor bijscholing

Het Rijksinstituut voor Gezondheid en Milieu stelt twee miljoen euro extra beschikbaar voor digitale bijscholingscursussen voor jeugdgezondheidsorganisaties.

De cursus is er op gericht om gezondheidsmedewerkers beter voor te bereiden op gesprekken met ouders die twijfelen aan het nut van vaccineren.

De arts gaat subtiel te werk. Ze vraagt de ouders of ze informatie willen over de stoffen die in de vaccinatie zitten, over de kans op bijwerkingen en autisme. 'De ervaring leert dat ze dan 'ja' zeggen. Zo dring ik mijn kennis niet ongevraagd op. En kan ik fabels over gif en autisme de wereld uit helpen. Ook maak ik duidelijk dat een hoge vaccinatiegraad van belang is om ernstige kinderziekten de baas te blijven.' Door zo met ouders in gesprek te gaan, kiezen de meeste twijfelaars uiteindelijk voor vaccineren, zegt ze.

Zoals de hoogzwangere blonde moeder die met haar 3-jarig zoontje de spreekkamer binnenstapt. Bij haar eerste bezoek aan het consultatiebureau met haar eerste kind liet ze weten te aarzelen over vaccineren. 'Mijn zoon was te vroeg geboren. Hij was nog zo licht en kwetsbaar.' Juist om die reden moet je zo vroeg mogelijk inenten, repliceerde de jeugdarts, maar ze bewoog mee met de bezorgde moeder.

'In een boek dat ik van een tante had gekregen las ik over de natuurlijke wijze waarop het immuunsysteem van een kind zich kan ontwikkelen. Omdat ik borstvoeding gaf en mijn zoon het eerste jaar niet naar de crèche ging, zag ik de noodzaak van vaccineren niet.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Lucy Smit maakte met deze moeder een aparte afspraak. Uiteindelijk koos ze ervoor om haar zoon met 2,5 maand toch te laten inenten. 'Mijn baby was aangesterkt, ik wilde geen risico nemen.'

Op de vraag hoe ze het met haar tweede kind gaat doen, zegt ze weer te willen wachten tot ze zelf de tijd rijp acht. 'Jij hebt zorgen, daar wil ik graag met je over praten. We komen samen tot het mooiste eindresultaat', besluit Smit het gesprek.

De volgende drie jonge ouders op Smits spreekuur kennen geen twijfel. Dan verschijnt 'de opa van Simon' met zijn kleinzoon van 1,5 op de arm. Hij is sinds kort met pensioen en neemt vandaag de honneurs van zijn dochter en schoonzoon waar, die druk zijn met hun verhuizing. Terwijl Simon geamuseerd om zich heen kijkt, houdt opa een betoog over de farmaceutische industrie 'die een groot belang heeft bij massale inentingen'.

Dat bevestigt Smit. 'Het is alleen niet de industrie die tot het rijksvaccinatieprogramma heeft besloten, maar de minister, op advies van wetenschappelijke experts in de Gezondheidsraad.' Maar wetenschappers zijn ook beïnvloedbaar, brengt Simons opa daartegenin. Hij houdt duidelijk van een stevig potje discussiëren.

Even later zet Smit een naald in Simons armpjes. Hij huilt dikke tranen. 'Wat gemeen hè,' zegt opa en drukt hem tegen zich aan, het verdrietige hoofdje in zijn warme nek. Simon is op slag stil.

De jeugdarts rondt haar spreekuur af. Op haar computer werkt ze de administratie bij. 'Geen nieuwe twijfelaars vandaag.'


Drie vragen over vaccins

Door Tonie Mudde

1. Krijg je autisme van de BMR-vaccinatie?

Nee. Het gerucht dat er een relatie zou zijn tussen autisme en de vaccinatie tegen bof, mazelen en rodehond is de wereld ingestuurd door Andrew Wakefield. In 1998 publiceerde deze Britse onderzoeker in het medisch tijdschrift The Lancet een studie onder twaalf jongens, van wie enkelen volgens hun ouders gedragsproblemen kregen na de BMR-vaccinatie. Niet veel later werd de studie teruggetrokken wegens fraude. Wakefield verloor zijn artsentitel en grootschalige onderzoeken, onder meer van de wereldgezondheidsorganisatie WHO, toonden aan dat er geen enkel verband is tussen de vaccinatie en autisme. Toch zingt het gerucht nog rond op sociale media.

2. Zo erg zijn de mazelen toch niet?

De meeste kinderen genezen inderdaad van de mazelen. Maar circa 1 op de 20 krijgt er een longontsteking door. Vroeger, toen er nog niet gevaccineerd werd tegen deze ziekte, liep bovendien 1 op de 1.000 kinderen hersenbeschadiging op vanwege de mazelen (bron RIVM).

3. Mag de BMR-vaccinatie wel volgens de islam?

De vaccinatie tegen bof, mazelen en rodehond bevat gelatine. Deze stof wordt gemaakt van de botten, huid en pezen van onder meer varkens. Omdat de Koran het eten van varkensvlees verbiedt, zetten sommige moslims vraagtekens bij de BMR-vaccinatie.

Hoewel er verschillend over wordt gedacht, stelden islamitische geleerden op een WHO-bijeenkomst dat er geen bezwaar is tegen gelatine, omdat er tijdens het chemisch proces een transformatie optreedt van 'niet puur' naar 'puur'. Dezelfde geleerden wijzen erop dat gebruik voor medische doeleinden anders is dan consumptie. Veel moslims drinken geen alcohol uit geloofsoverwegingen, maar het gebruik ervan voor het desinfecteren van wonden is doorgaans geen probleem.